Boekgegevens
Titel: Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Auteur: Laan, R.C.; Pelt, D. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5871
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201170
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
39
r. Marie, uu zullen we eens wat van u vertellen. Kinders,
Marie breidt eerst 9 naadjes en toen 8 naadjes. Hoeveel is
dit samen?
d. Nu zullen we wat van u vertellen, Kobus! Kobus had
10 knikkers. Hij wint er bij de brug 4 en bij de kerk 5.
Hoeveel knikkers heeft Kobus nu?
e. Marianne krijgt van Moeder een poppetje van 12, een
poppehoedje van 5 en een lintje van 2 cent. Hoeveel cent
moet Moeder betalen?
/. Hoeveel cent kan men krijgen voor .3 stuivertjes? (Drie
keeren 5 onder elkander).
g. Gisteren had ik een dubbeltje in mijn zak. Hoeveel cent
is dat? Schrijft op. Ik kocht een potlood van 4 cent. Hoeveel
centen kreeg ik van mijn dubbeltje terug? (De leien nazien.
Wel Piet, krijg ik nu 14 centen terug? Jongen, hier hebt ge
een dubbeltje; haal voor mij een potlood en breng 14 centen
terug. De andere leerlingen hebben schik. „Meester, dat ken
(kan) niet! Meester, dat ken (kan) niet!" — Piet, reken het
eens op bord uit. (Piet doet het nu beter). Wel zeker, jongen,
die 4 centen gaan er af.
h. Johan had 16 knikkers. Hij verliest er 3 van aan Willem.
Uitrekenen, jongens! Kato, reken het op bord uit. Meisje,
moet er niets bij het antwoord staan? — Nu verliest Jan er
weer 8 aan Piet. Hoeveel heeft Jan er nu nog over? Uit-
rekenen, kinders! Trui, maak gij die som eens. — Nu wint
Oan er op het kerkplein 11 bij. Hoeveel heeft hij er nu?
Thomas, maak gij die eens. — Bij de brug verliest hij er
weer 12. Hoeveel heeft hij over? Weer uitrekenen op de lei,
jongens! (Leien nazien. Kees, wat moet er bij het antwoord
staan? Bene lc\ knikkers.)
NB. Zulke doorloopende sommen — zooals schrjjvers dezes ze noemen —
zijn zeei' boeiend, ook al weer, omdat ze de werkelijkheid weer-
geven : het eene oogenblik wint Jan, maar op het andere oogenblik
verliest hij weer, 't Is eene vlottende b«zitting, die knikkerschat!