Boekgegevens
Titel: Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Auteur: Laan, R.C.; Pelt, D. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5871
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201170
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
85
is 12." — Bertus, wisch gij van het middelste raam uit de
2 onderste ruiten. Goed zoo. Bertus, reken uit, hoeveel ruiten
ge ziet. Goed. Zegt allen na:
„4 en 4 is 8.
8 en 2 is 10."
Francina, reken gij eens uit, hoeveel ruiten er van ieder
raam uitgewischt zijn. Goed, goed. Zegt allen na:
„van het middelste raam 4.
van elk der buitenste ramen 2."
Hermanus, tel dit op. Zegt na: „2 en 2 en dan nog 4 is 8." —
8 dus uitgewischt, 10 staan er nog. Dus: „10 en 8 is 18."
Nu dit: „18, en daar 8 af, is 10."
Eeindert, wisch gij van het linkerraam er 2 uit, en ook van
het rechterraam. Eeindert, hoeveel ruiten wischt gij weg?
Hoeveel blijven er over. Zegt allen na: „10, en daar 4 af»
is 6." — Karei, hoeveel ruiten telt elk raampje? Kleine
raampjes, hé? Hebt gij wel eens zulke kleine raampjes gezien?
Karei, hoeveel ruiten heeft elk raam verloren ? Hoeveel ruiten
zijn er reeds verdwenen? enz., enz.
d. Koo, teeken een ladder (leer) met 6 sporten. Willem,
gij er een naast, ook met 6 sporten. Kees, gij ook een met
6 sporten. (Drie jongens teekenen tegelijk). — Jongens, laten
we eens tellen, hoeveel sporten twee leeren samen hebben.
En nu drie leeren.
„1 leer heeft 6 sporten.
2 leeren hebben 12 sporten.
3 leeren hebben 18 sporten."
Mina, kom van elke leer een sport uitwisschen. Terugtellen,
jongens! Mina wischt er eerst 1 uit; er blijven dus — juist,
17 sporten. Weer 1, 16 over. Weer 1, 15 over. — Mina,
hoeveel sporten heeft elke leer ? Twee leeren ? Drie leeren ?
Zegt na: „1 leer 5 sporten.
2 leeren 10 sporten.
3 leeren 15 sporten."