Boekgegevens
Titel: Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Auteur: Laan, R.C.; Pelt, D. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5871
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201170
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
Marie, wat hebt ge nu al gekocht? Marie, hoeveel centen
liebt ge besteed? Zegt na: „de koker 4, de spelden 2, samen
6 cent." — Marie koop nu voor 3 cent naalden. Hoeveel
over? Zegt na: „14, en daar 3 af, is 11." — Hoe zegt ge
dat anders. Zegt na:
„ 5 en 5 is 10.
10 en 1 is 11."
üora, wat heeft Marie al gekocht. Hoeveel cent heeft zij be-
steed? Reken me dat eens uit. Zegt na:
„4 en 2 is 6.
6 en 3 is 9."
Zij heeft dus 9 cent besteed. 11 cent over. Dus: 11 en 9 is
20." £n nu: „20, en daar 9 af, is 11." — Goed zoo. Marie,
koop nu een elastieken bal van 8 cent. (Marie streept door).
Hoeveel over, meisje? Zegt allen na: „11 en daar 8 af is 3." —
Marie, wat hebt ge zoo al gekocht? Eeken mij uit, hoeveel
cent ge besteed hebt. — Zegt na:
„4 en 2 is 6.
6 en 3 is 9.
9 en 8 is 17."
Zij heeft dus 17 cent besteed. Hoeveel hield zij over? Zegt
dus na: „20, en daar 17 af, is 3." — Marie, koop nu voor
2 centen appelen. Hoeveel over? Zegt na: „3, en daar 2 af,
is 1." — Hoeveel cent heeft Marie besteed, Willem? Goed
zoo. Zegt na: „17 en 2 is 19." — Hoeveel over? Zegt dus
na: „20, en daar 19 af, is 1."
c. De onderwijzer teekene 3 ramen (alleen de omtrekken
er van). Koos, verdeel het eerste raam in 6 ruiten. (Koos
doet dit). Hoeveel ruiten ziet ge aan den linkerkant, kinders?
En aan de rechterzijde? Ook 3. Zegt na: „3 en 3 is 6." Zes
ruiten dus. Maria, hoeveel ruiten van boven? En hoeveel
onderaan? En hoeveel in het midden? Zegt dus na: „2 en 2
en nog eens 2 is 6." — Hendrik, teeken gij in het middelste
raam ook zooveel ruiten. Jongens, hoeveel ruiten ziet ge nu?
3