Boekgegevens
Titel: Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Auteur: Laan, R.C.; Pelt, D. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5871
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201170
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
12 12 12
0 0 0 0 O O
0 0 O 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0
12
0 0 0
O O
0 O
O O
O O O
ID.
Nu moeten de leerlingen optel- en aftreksommen op de lei
maken.
Eene nuttige en aangename behandeling, is het voorstellen
in teekening van de opgaven, door de kinderen zelf. Alweder
zij opgemerkt, dat het minder op zuiverheid van teekening
aankomt; het doel is slechts een beeld van het voorstel in de
ziel te brengen.
Als voorbeeld volgen enkele opgaven. De onderwijzer dicteere.
I. Jan, een groote jongen, heeft 3 leesboeken, 2 reken-
boeken en 4 boekjes met vertellingen. Hoeveel boekeu
waren dat wel?
Kinderen, opgelet. Van wien vertel ik wat, Jacob ? „Juist,
van Jan," Doet hij wat? Neen, meester, hij heeft boeken,"
Welke? „Juist, leesboeken, rekenboeken, en boekjes met
vertellingen." Wat moeten wij nu weten ? „Meester, hoeveel
hij er te zamen heeft," Komaan kinderen, teeken nu de
leesboeken van lan. Mina, gij vergeet toch niet er bij te
schrijven wat het zijn. Nu de rekenboeken geteekend. Anna,
hoeveel waren er? En nu moet Dorus eens zeggen, hoeveel
boekjes met vertellingen er waren. Hebt gij alles geteekend,
kinderen? plaats er dan eene streep onder, en zet er in
cijfers onder hoeveel boeken Jan had. Wat komt er uit
uwe som, Arie?
't Voorstelletje is dan: