Boekgegevens
Titel: Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Auteur: Laan, R.C.; Pelt, D. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5871
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201170
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
niets meer? Leendert. Hoeveel heeft hij verloren? Hoeveel
spelletjes hebben ze al gedaan? — Hoeveel heeft Karei er
meer dan Keinier? Hoeveel heeft Reinier er minder dan
Jan? enz., enz. De drie knapen gaan weer spelen; Leendert
staat toe te kijken. — Het kringetje worde uitgeveegd; een
driehoekje wordt nu de kring. Waarom dit, jongens? — Ze
zetten weer 1 in. Reinier wint ze alle 3. — Wie heeft nu
de meeste? enz., enz. — (Het onderwerp is rijk ter ontwikke-
ling) enz. enz.
q. Jansje krijgt een dubbeltje mee en haalt 1 ons (och, plaag
het kind niet met Hectogram) suiker van 7 centen. Hoeveel cent
krijgt ze in den winkel terug? „Jansje, weet je wel, hoeveel
cent je weerom krijgt?" zegt de winkelier. „Zeker, Mijnheer, 7
van de 10 is 3." Kinderen, laten we dat Jansje eens nazeggen.
r. Mietje moet twee pond zout halen van 6 cent het pond.
Koos, kom gij dit eens teekenen in twee rijtjes. Jongens,
laten we eens tellen. Zegt na:
„1 pond kost 6 centen.
2 pond kost 12 centen."
Pieter, hoe kan ze dat betalen? Goed. Zegt na: „ze kan be-
talen met 12 centen." Hoe nog anders? Zegt na: „zij kan
betalen met 1 dubbeltje en 2 centen." — Wie kan het nog
op eene andere manier betalen? Zegt na: „2 stuivertjes en
2 centen." Hebt ge wel eens een stuivertje gezien? Het is
niet groot, hé? Kan Mietje nog op eene andere manier be-
talen? Dorus weet het: „1 stuivertje en 7 centen."
s. Oefeningen in het onderscheiden en schrijven der cijfers
en getallen tot en met 12.
t. Oefeningen in het vlug samenstellen en ontbinden der
getallen van 1 tot 12, in den trant van onder B van 1° tot 11».
V,. Het samenstellen van letters op het telraam, later op de
lei, ter versterking van het denkbeeld: getal. Hieronder volgen
eenige voorbeelden: — Piguren met meer dan 12 balletjes
beware men voor hoofdstuk P.