Boekgegevens
Titel: Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Auteur: Laan, R.C.; Pelt, D. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5871
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201170
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
Cornelis, haal gij er ook eens 1 van af. Hoeveel ziet gij er
nu nog ? Hoeveel aan eiken tak ? (Het antwoord op deze en
andere vragen hangt samen met het uitwisschen van de appels;
dit kan aan den linker-, maar ook aan den rechtertak ge-
beuren. In ieder geval, de onderwijzer begrijpt wel, hoe hij
verder moet gaan met deze aaneenschakeling van eenvoudige
vraagstukjes bij deze teekening).
g. Oefeningen met de vingers. — Kinders steekt eens met
eene hand op 2 vingers. Nu 2 meer. Hoeveel hebt gij er nu?
Zegt na: „2 en 2 is 4." — Steekt nu met eene band op
•3 vingers. Nu 5 vingers. — Steekt nu met eene hand op
6 vingers.
Steekt nu op 2 vingers. Nu steeds beide handen gebruiken.
Nu 3 vingers. Zegt na: „2 en 1 is 3." — Nu 4 vingers (met
beide handen evenveel). Zegt na: „2 en 2 is 4." — Nu nog
eens 4 vingers, maar aan eene hand 3. Goed. Zegt na: „3 en
1 is ook 4." — Nu 6 vingers (met beide handen evenveel).
Zegt na: „3 en 3 is 6." — Nu weer 6 vingers opsteken op
eene andere manier. Goed, zegt na: „4 en 2 is 6." — Weer
op eene andere manier. Kijk, Hendrik begrijpt het. Jongens,
ziet eens, hoe Hendrik doet. Zegt nu na: „5 en 1 is 6."
Handen op tafel. Zegt na:
„3 en 3 (i.
4 en 2 = 6.
5 en 1 = 6.-'
h. Verdere oefeningen met de vingers.
Pieter, kom eens hier op het bankje staan. Jongens, nadoen,
wat hij met de vingers voordoet. Piet, steek eens 7 vingers
op met eene hand. „Meester, dat ken (kan) niet." Waarom
niet, jongen? Juist, zegt na: „5 is minder dan 7." — Nu
met 2 handen, Piet! Goed. Zegt allen na: en 2 is 7." —
Piet, nu op eene andere manier. Goed. Zegt allen na: „4 en 3
is ook 7."
Koo, gij voor de klasse. Steek op 8 vingers. Goed. Nadoen,