Boekgegevens
Titel: Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Auteur: Laan, R.C.; Pelt, D. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5871
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201170
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
151
Kn hiermede achten wij onze taak afgeloopen. In hoeverre
wij geslaagd zijn iets bruikbaars voor de school te leveren,
zal de tijd moeten leeren. De resultaten, die wij voorloopig
bij onze leerlingen waarnemen, geven ons hoop, dat deze
methode in de praktijk betere vruchten af zal werpen, dan
de oude gang bij het Rekenonderwijs. Wel vordert zij meer
inspanning, èn van onderwijzer èn van leerlingen, maar beiden
blijven frisscher. En hij, voor wien het onderwijs niet slechts
broodwinning, maar ook vocatie is, zal zich gaarne wat meer
moeite geven, zoo zijn onderwijs er te vruchtbaarder door wordt.
Maar vraagt wellicht deze of gene: zullen wij bij de toepassing
dezer methode geen tijd te kort komen om de leerlingen de
hoofdregelen der cijferkunst volgens de gewone manier te leeren.
Zullen zij aan een rekenboek toekomen?
Wij antwoorden daarop. Stel dat het zoo was. Of liever,
het is helaas! zoo. Vele kinderen verlaten in ons land op
9 h lOjarigen leeftijd de school. Maar wat kunnen wij ze dan
beter meegeven:' De theorie om ellenlange onbenoemde ge-
tallen op te tellen, af te trekken, te vermenigvuldigen of te
deelen, — of het begrip, hoe zij de in het dagelijksch leven
meest voorkomende rekenkunstige vraagstukken uit het hoofd
moeten oplossen?
Verder, — voor het leeren der hoofdregels, volgens de oude
methode zal weinig tijds noodig zijn, zoo zij op de door ons
ontwikkelde wijze reeds behandeld zijn.
En wat de kwestie van een rekenboek betreft, de leerlingen,
die op 9 a lOjarigen leeftijd de school verlaten, zullen er toch
niet veel mee uitrichten; en zij, die blijven, zullen te spoediger
vooruitkomen: hun verstand is ontwikkeld, hun oordeel ge-
scherpt, de denkkracht versterkt, en het voorstellingsmogen
gewekt.