Boekgegevens
Titel: Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Auteur: Laan, R.C.; Pelt, D. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5871
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201170
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
133
12 36 84 j 196 i 18 14 18 37 985
40 50 70 20 ! 90 100 200 200 40
480 ï " 1 1 1 1
NB. Hoe 40 X te behandelen ? Die 12 vermenigvuldigen we eerst
met 4, dat is 48. Het produkt is lOmaal te klein, daarom schrijven
we er eene nul achter.
ee. Hoeveel centen moet men betalen voor 52, 78, 34, 86,
94, 112, 170, 138, 430, 1270, 964 en 346 peren? Twee
voor 1 cent. — Zoo:
6 = 26
centen.
of zoo: 5 j U 1 25 + 1 = 26
50 centen.
2 )
' 40
n I
NB. Men ziet, dat door het rekenen uit het hoofd meerdere op-
lossingen gevonden worden.
2 ) 346 (
' 300 ^
150
23 = 173 ! 2 Ujt6n00 + 70 + 3=173
centen.
'200
m
140
centen.
ff. In een duivenhok waren 918 pooten. Hoeveel duiven
waren er ? — Als gij van die duiven de helft opkocht, hoeveel
bleven er dan nog over? — Als de overige duiven verkocht
worden voor 95 cent het stuk, hoeveel ontvangt de eigenaar
daarvoor ?
gg. Een huis en een molen werden samen gekocht voor
8 duizend, vierhonderd en zeventig gulden. Het huis alleen
werd betaald met achttienhonderd en negentig gulden. Hoeveel
geld kostte de molen?
De kooper verkocht den molen weder voor zeven en een
half duizend gulden. Hoeveel geld' wint hij ?
hh. Hoeveel gulden is er in deze hoeveelheid centen: 780,