Boekgegevens
Titel: Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Auteur: Laan, R.C.; Pelt, D. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5871
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201170
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
103
/. Moeder kocht 5 even groote roode kooien, die haar
45 cent kostten, wat kostte een kool?
g. Jansje haalde 7 pond zeep, en betaalde 42 cent. Wat
kostte een pond?
Dei^elijke voorbeelden worden bij menigte bijgebracht, om
de leerlingen te doen voelen, wat deelen is. Daarna ga men
over tot oefeningen om de leerlingen de noodige vlugheid in
het deelen van 1 cijfer met 1 a 2 cijfers (geheel een werk
van 't geheugen) te doen krijgen.
I. Piet, hoeveel maal moet ik 3 nemen om 21 te krijgen.
Juist, 7maal, want 7 X 3 21.
Karei, hoeveel maal moet ik, 6 nemen om 36 te krijgen.
Juist, 6maal, want 6 X 6 = 36.
Vul in:
4 X . — 12
5 X . — 20
6 X . = 18
9 X . = 36
10 X . = 60
3 X . = 21
6 X . = 48
2 X . = 14
4 X . = 36
9 X . = 72
7 X . = 21 8 X . = 56
Deze vorm verplicht ons om met een enkel woord dc
leerlingen op de tweeërlei vragen te wijzen, die aanleiding
geven tot deeling. Namelijk op de verhoudings- en ver-
deelingsdivisie. Men versta ons echter wel, wij willen de
leerlingen niet met die namen lastig vallen, wij wenschen
alleen er op gewezen te zien, hoe in het eene voorstel de
vraag is, naar het „hoe, groot" of de grootte van elk deel,
in het andere naar „het hoeveel" of het aantal malen, dat
men een voorwerp van een bepaalden prijs krijgen kan.
Het best doet men dit uitkomen aan de hand van vraag-
stukjes. Bij voorbeeld:
Kinderen, 3 jongens en een meisje krijgen van hunne
moeder 16 moppen om gelijkelijk te deelen. Hoeveel krijgt
elk nu?
Wij moeten de moppen nu in vier gelijke hoopjes ver-
deden, en willen weten hoeveel elk er op zijn meest