Boekgegevens
Titel: De koningszoon
Auteur: Tucker, Charlotte Maria
Uitgave: Amsterdam: M.S. Bromet, midden 19e eeuw *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5831
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201147
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De koningszoon
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
„Nu begin ik u te begrijpen," zeide Nayland bedacht-
zaam ; „maar ik heb nooit te voren gedacht , dat ik een
oproermaker was; dat ik in gevaar verkeerde van gestraft
te worden, of zulk een vriend behoefde, die voor mij
leed, wat mijne zonden verdiend hadden."
„En is het witte kleed niet het kleed van 's Heeren
gerechtigheid ?" mompelde Jan.
„Ja," zeide Thorn, „dat wat wij moeten dragen, als
wij de gevangenis verlaten of veilig den scherprechter
„Rechtvaardigheid" zullen voorbijgaan. Dit brengt mij van
zelf op het punt, dat ik wensch te verklaren, dat de
zaligheid alleen van den Heer is, en dat wij nochtans
onze zaligheid moeten werken met vrees en heving. Wie kan
ontkennen, dat de gevangene geheel alleen zijne ontvluch-
ting aan de genade van zijn vriend te danken had?"
„Niemand!" riepen verscheidene stemmen uit; „hij had
volstrekt geen kracht om zichzelven te redden."
„Maar, veronderstel nu, dat de gevangene, nog onder
de schaduw van zijn kerker, zijne vermomming, als iets
geheel onnoodigs, weggeworpen , zijn wachtwoord verge-
ten , van zijn gids zich afgekeerd en zich gehaast had de
oproermakers weder op te zoeken?"
„Uan zou hij ondankbaar, slecht, en dwaas gehandeld
hebben!" riepen de jongens; en Nayland voegde er bij: