Boekgegevens
Titel: De koningszoon
Auteur: Tucker, Charlotte Maria
Uitgave: Amsterdam: M.S. Bromet, midden 19e eeuw *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5831
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201147
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De koningszoon
Vorige scan Volgende scanScanned page
Willem haalde een bijbeltje uit zijn zak en las: —„Hij
is gekomen tot de zijnen, en de zijnen hebben hem niet
aangenomen. Maar zoovelen Hem aangenomen hebben,
dien heeft Hij macht gegeven Vinderen Gods te worden,
namelijk, die in Zijnen naam gelooven. Joh. 1 : 11, 12.
„Hier," zeide hij, „ziet gij, dat God ons zegt, dat allen,
die Christus aannemen, die de deur van hun hart voor
Hem openen en zeggen: „Kom in, gij Gezegende van den
Heer," omdat zij in Zijn naam gelooven, dat beteekent:
gelooven, dat Hij is, wat Zijn naam ons leert, namelijk
— Jezus, de Zaligmaker; dezulken ontvangen de macht om
„kinderen van God te worden. Moogt gij, na dit gehoord
te hebben, nu nog zeggen, dat gij geen Koningszoon
kunt worden? Hoor verder wat de Zaligmaker tot Zijn
volk heeft gezegd, dat temidden van de verleiding Zijn
woord gehouden en Zijn naam niet verloochend had:
„Vreest niet, gij klein kuddeke, want het is uws Vaders
welbehagen ulieden het koninkrijk Ie geven." Luk. 12 : 32.
„Houdt dat gij hebt, opdat niemand uwe kroon neme."
Openb. 3:11. Moogt gij, na dit gehoord te hebben,
nog zeggen, dat gij geen kroon te verliezen hebt?"
„o Ja, gij bedoelt in den hemel, mijnheer; maar ik
zal nimmer waardig zijn den Hemel binnen te gaau."
„Niemand zou die kunnen binnengaanhernam Wil-