Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
80
oog, Terschelling, Vlieland en Eierland, bij den
Helder, Egmond, Scheveningen en Goeree, op Schou-
wen en Walcheren verspreiden een lichtkring, die uren
ver in zee te zien is, terwijl talrijke kleinere vuren den weg
naar elke haven wijzen.
Nieuwe wenschen moesten bevredigd worden, wilde men
niet by andere volkeren ten achter staan en thans is Neder-
land in het bezit van een zich steeds uitbreidend net van
12 millioen meter telegraafdraad van rijkswege in al-
lerlei richtingen gespannen; dit verbindt bereids 300 plaatsen
onderling en met het buitenland, terwyl bovendien eenige
partikuliere maatschappijen nog een zeker aantal langs spoor-
wegen en aan de Maasmonden gelegen oorden in vereeni-
ging brengen; met Engeland heeft dit verkeer plaats door
twee onderzeesche kabels van Zandvoort naar Dun wich
en naar Lowestoft, — België en Pruisen zijn door dozy-
nen draden verbonden. Welk een gebruik wordt er van die
gemeenschap gemaakt! Reeds in 1862 werd meer dan een
half millioen berichten gewisseld , dit cyfer steeg in
1875 tot meer dan 2 millioen, en dat niettegenstaande de
brievenposterij rusteloos zwoegt onder de vrachten der
verzonden brieven, welke in 1864, zonder de nieuwsbladen,
drukwerken en dienstbrieven te rekenen, tot ruim 22 mil-
lioen waren geklommen, terwyl dit aantal in 1875 reeds
meer dan verdubbeld was; 2500 personen zorgden, dat zij
langs een kruisnet van meer dan 20 millioen meter uitbreiding
in de afgelegenste hoekjes van het land ter bestemming kwamen.
§ 66. Het goedkoop verkeer langs de waterwegen maakte,
zoo meende men, de uitbreiding der spoorwegen minder
noodzakelyk, en men bepaalde zich aanvankelijk tot den aan-
leg van eenige belangryke lijnen; maar onze buren stonden
niet stil: gebrek aan vaarten en stroomen noopte hen onver-
wijld handen aan 't werk te slaan, en het bleek alras, dat
in onze eeuw spoed zoo goed als contant geld is en dat wij
onze belangen zouden verwaarloozen, als wij geene concur-
rentie met onze eigene rivieren en binnenwateren gingen
openen. Zoo kwam het grootsche plan tot stand, dat thans
grootendeels is uitgevoerd, om Nederland in de voornaam-
ste richtingen met spoorwegen te doorsnijden, de breede
stroomen te overbruggen, en met de buitenlandsche spoor-
wegnetten op verschillende plaatsen in verbinding te komen.