Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
63
worden geacht van al de voordeden der beschaving te genie-
ten zonder al te groote opofferingen, en buitendien telt het
nog vyfendertig middelmatig groote of kleine steden,
welke door het bijéénwonen van meer dan 4000 zielen ook
nog veel hulpmiddelen aanbieden tot het verstrekken van
goed onderwijs en tot het beschaafd en gezellig verkeer;
tallooze dorpen bezitten kommen van meer dan 1000 inwo-
ners , en noewel in ons land evenals elders de bevolking zich
over duizende steden, vlekken, dorpen en gehuchten ver-
spreidt, telt men echter slechts 1130 afzonderlijke gemeenten,
waarvan meestal het meerendeel der bevolking in eene buurt
of kom te zamen woont. Gemiddeld wonen er dus in elke
gemeente bijna 3000 menschen, maar dit wisselt af van het
het kleine dorpje St. Anna ter Muiden bij Sluis met
nauwlijks 250 inwoners, tot de hoofdstad des Rijks welke
er ruim 300000 telt; de grootte dier gemeenten is even uitéén-
loopend, want Blokzijl beslaat 16 en Apeldoorn 33940
hektare. Uit den aard der zaak zyn de verschillende oorden des
lands ook op onderscheidene wijzen aangelegd en gebouwd; in
de lage polderlanden en daar waar breede vaarten de wegen en
dijken begeleiden, vindt men steeds langgestrekte dorpen
en soms meerdere dorpen, die eene lange straat of reeks vor-
men, zooals in de noordoostelijke veenkoloniën, de Lang-
straatsche dorpen in Noordbrabant, de zeven dorpen
in de Streek tusschen Hoorn en Enkhuizen. Op de
hooge gronden in de heide- en zandprovinciën en in Zee-
land liggen de dorpstraten om eene kom waar de kerk
staat; bij vele dier dorpen, vooral in het zuiden en oosten
des lands, is dit middelpunt zeer uitgestrekt en soms wei-
eens bebouwd of als weideplaats ingericht; men noemt die
i'uime pleinen »brinken"; wanneer eene gemeente dan boven
anderen bloeit, kan zulk eene brink als »square" worden
beplant en versierd, gelijk men onder anderen te Assen kan
zien. De Nederlandsche steden munten uit door nette
bouworde en een zeker waas van welvarendheid, welke
men nergens buitenlands zoo algemeen .aantreft, al prijkeu
onze groote steden niet met zulke prachtgebouwen als men
elders ziet verrijzen; als type van eene nette en welvarende
Nederlandsche stad zou men Leeuwarden mogen aanmer-
ken; welk een hemelsbreed onderscheid met Gelderlands
elegante hoofdstad of met het deftige Middelburg!—Toch
kunnen allen met goed gevolg wedijveren met de steden van