Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
62
trokkenen en landverhuizers in geene verhouding, daar deze
in het jaar 1874 slechts ruim 1000 beliepen en nog voor een
goed gedeelte personen waren, die zich in onze overzeesche
bezittingen gingen vestingen.
§ 51. Tot de gestadige vermeerdering dragen de g e b o o r-
ten, die gemeenlijk veel talrgker zijn dan de sterfgevallen,
het meest bij ; in de laatste jaren rekende men ééne ge-
boorte op iedere 28 inwoners en één sterfgeval op elke
39 bewoners; dat die verhouding niet overal dezelfde is,
spreekt van zelf: op het platteland zou de toeneming het
sterkst wezen als niet overal toestrooming van arbeiders eu
dienstboden naar de steden plaats greep. Evenzoo is de be-
volking niet in alle gewesten oi in iedere streek van ons
land even dicht, dat wil zeggen even talrgk in verhouding
tot de uitgestrektheid van den grond; niet alleen wordt de
gelykmatigheid verbroken door de steden, die natuurlijk op
een klein gebied veel inwoners tellen, maar het land zelf is
niet overal even sterk bevolkt en de meerdere of mindere
vruchtbaarheid oefent daarop den meesten invloed uit; daarom
is Drenthe de schraalst bevolkte provincie, er zijn weinig
steden en de bodem is minder vruchtbaar, terwijl Zuid-Hol-
land ruim 5maal dichter bewoond wordt, omdat er zooveel
aanzienlijke steden zijn en de grond grootendeels zeer vrucht-
baar is; in de laatste dertig jaren echter vermeerderde de bevol-
king van Drenthe met de helft, terwijl die van Zuid- Hol-
land slechts met één-vierde toenam, Limburg metnauw-
lijks 15 ten honderd. Ofschoon eene buitengewoon dichte
bevolking soms eene nadeelige zijde kan hebben, mag men
dat verschynsel in den regel met vreugde begroeten; het
pleit gemeenlek voor de welvaart en ontwikkeling van land
en bewoners, en vele staathuishoudkundigen zien, uit dat
oogpunt beschouwd, ook gaarne veel groote centrums voor
de beschaving , dat wil zeggen vele talryk bevolkte plaatsen,
hetzij men ze dan steden, vlekken of dorpen noemt; de
kunstvaardigheid kan er beter bloeien, de ambachten berei-
ken er een hooger standpunt, de gelegenheden om iets te
leeren zullen er ruimer vertegenwoordigd zijn. In dit opzicht
bekleedt Nederland trouwens mede een der eerste plaatsen,
want een millioen inwoners leven in een dertigtal gemeenten
van meer dan 1 00 00 zielen*) en kunnen dus in staat
*) Onder de l'riesche gemeenten (voormali-je grietenijen) zijn zes met meer dan
]0000 inwoners, doch deze laten wij hier buiten rekening, omdat zij veeleer slechts
verzamelingen van dorpen zijn.