Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
58
Vlaanderen naar liet Vlaamsch overhelt; — 3". het Bra-
bants oh, dat gewijzigd ook in een deel van Limburg en
het zuiden van Gelderland wordt gesproken ; — 40. het
Nederrijnsch dat in drie hoofdtakken kan worden verdeeld:
het Geldersch, het Overijselsch en het Drentsch;
— 5". het Groningsch, dat zich door eigenaardig breede
uitspraak der vokalen onderscheidt, als in het gebruik van oii
voor oe. Meer dan de vorigen wgkt deze tongval, ook door
het gebruik van andere woorden, van het Hollandsch af; welk
Hollander toch weet dat de zegswijze: een nuver wicht, eene
lofrede op een meisje is ? — Het Boeren- of Land-friesch is
eene geheele afzonderlijke taal, van denzelfden stam als het
Friesch dat in Sagelterl and en Sleeswyk wordt gespro-
ken , voor zooverre het daar niet, als hier door het Nederlandsch,
door het Duitsch of Deensch werkelijk verbasterd is; ook
met het Noord-Engelsch, zooals dit in Northum her-
land wordt gesproken, heeft het veel overeenkomst, een na-
tuurlijk gevolg van de nauwe verwantschap van het Oud-
Fries c h met het Angelsaksisch ; zie hier een voorbeeld:
»Waem God in hert joch foar Frieslans tael, dy seil det erf
fen tuwzenen jierren biwarje, hoask, als 't heiligst pan." Li
het Nederlandsch: »Wien God een hart gaf voor Frieslands
taal, die zal 't erf van duizende jaren bewaren, trouw, als
't heiligst pand." — In enkele gedeelten van Limburg
heeft het Hoogduitsch burgerrecht, en in Maastricht
wordt vrg dikwerf van de Frans che taal gebruik ge-
maakt; deze laatste is in Nederland, evenals in vele an-
dere Europeesche landen, de taal van het hof en der
diplomatie.
Nevens de Germaansche bevolking leven in ons land
ook een aantal afstammelingen van den Semitis chen stam,
met name de Israëlieten, die zich naar de oorden hunner
herkomst in Portugeesche en Duitsche onderscheiden;
de laatsten zijn verreweg het talrijkst, de eersten bogen
daarentegen op beter afkomst. De Duitsche Joden spre-
ken in hun handel en wandel onderling een Duitsch patois
met Nederlandsche en vreemde woorden doorregen; ook
als zy Nederlandsch spreken, kan men ze gewoonlgk
herkennen, doordien hunne zinsneden zooveel mogelijk met
het onderwerp aanvangen : »de waarheid is het en niets anders",
in plaats van het meer gebruikelijke: »het is de waarheid
en niets anders", of wel door dat de beide hulpwerkwoorden
verwisseld worden: »ik heh er geweest" in stede van: »ik hen