Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
tegenstaande vooral in Drenthe en Overijsel aanzienlijke
oppervlakten hoogveen, nadat de bovenste laag is afgebrand
en de asch tot mest bestemd, met boekweit worden be-
zaaid, levert de zorgvuldiger verbouw van dat zaad in Noord-
brabant en Gelderland evenwel de rykste oogsten; op
de vette kleigronden van de westelyke en noordelijke pro-
vinciën ontbreekt dit gewas geheel; daar vindt men daar-
entegen het meeste koolzaad, de grootste hoeveelheden
vlas en hennep, erwten en boonen, meekrap en
cichorei. De aardappelteelt is overal doorgedrongen,
op de beste klei zoowel als op het schrale duin en op de
pas in kuituur gebrachte heide ; hy houdt eenigermate gelyken
tred met de talrykheid der bevolking, met dien verstande echter,
dat Gelderland voor een aanzienlijk gedeelte. Friesland en
Groningen voor iets minder, in de behoeften van Holland
voorzien. Sommige voorwerpen van verbouw zyn aan bepaalde
oorden , althans aan zekere soorten van gronden verbonden:
daarom treffen wjj den tabak bijna uitsluitend aan op de N e-
der-Veluwe, in het Sticht en vooral in de Over-Betuwe,
de meekrap in de vette kleipolders van Zeeland, Noord-
brabant, de Zuid-Hollandsche eilanden en enkele
gedeelten van noordelijk Noord-Holland *); de cichorei
hoofdzakelijk in Friesland; de hop in Noordbrabant
en Gelderland; de fijnste zaden byna alleen in Fries-
land, Zeeland en de Streek tusschen Hoorn en Enk-
huizen; de beet- of mangel wortelen op rijke gronden
die geen last van zilt water hebben; de kostbare bloemen-
teelt en de aankweeking van geneeskrachtige kruiden
aan den voet der duinen tusschen Haarlem en Leiden;
de fijnste vruchten en de smakelijkste moesgroenten
in het Westland bij Delft, eenige andere oorden van
Zuid- en Noord-Holland, en het Bildt in Friesland.
In een gemiddeld jaar vertegenwoordigt de opbrengst der
hoofdprodukten (granen, boonen , erwten en aardappelen),
met inbegrip van het stroo en het zaaigraan, wel 185 mil-
lioen gulden en die der handelsgewassen en speciale teelten,
met inbegrip van het houtgewas, wel 30 millioen gulden,
terwyl die van de sterk in hoeveelheid en prijs afwisselende
*) Jammer genoeg dat de verbouw van dit winstgevend gewas blijkens de
noot op bladzijde 48 zulk een ontzettenden teruggang ondervindt.