Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
47
raers het verschil tasschen de koudste en warmste maand
des jaars (Januari en Juli) beloopt te Amsterdam slechts
14", en dit stijgt aanmerkelyk, hoe dieper wg in het vaste-
land van Europa binnendringen; in Brunswijk tot 18,
in Brunn tot 23, in Astrakan tot 29°; met volle recht
mag men dus ons klimaat gematigd noemen.
§ 37. Ongezond is de luchtgesteldheid van ons land stel-
lig niet, want ieder die wil kan kennisnemen van den flin-
ken blos der jeugdige landbewoners en van den blijkbaar
goeden gezondheidstoestand der plattelandsbewoners; maar
het is niet te ontkennen dat in vele oorden drassige, 's win-
ters onder water staande en 's zomers sterk uitdampende
gronden plaatselijke koortsen en rheumatisme te voor-
schijn roepen, — dat verscheidene gestellen niet bestand zijn
tegen den invloed der uitwasemingen van polders en half-
droog liggende slikken of schorren, — dat vele vreemdelingen
onaangenaam aangedaan worden door onze met vocht over-
verzadigde lucht, die vooral 's avonds een ongunstigen in-
vloed uitoefent. In de landprovinciën, in de hooge streken
van Gelderland, Overijsel, Drenthe, Noordbra-
bant en Limburg ondervindt men die nadeelige gevolgen
niet, of iilthans niet zoo licht, ofschoon de buitenlander ook
aldaar te recht of te onrecht over de afwisseling in de dage-
lijksche temperatuur en over het buiig weder blijft klagen.
Afwisselende koortsen, rheumatisme en klier-
ziekten zijn onze landskwalen, terwijl tering in allerlei
gedaanten, maar vooral als longtering, de meeste slachtoffers
eischt; menig krachtig gestel wordt ook door verzuimde
verkoudheden vroegtijdig gesloopt.
§ 38. Het klimaat oefent over het geheel genomen in de
verschillende provinciën van ons land denzelfden in-
vloed uit op den plantengroei en de dierenwereld; alleen
gebeurt het meermalen dat de oogst in het noorden iets
later moet worden binnengehaald dan in het zuiden. Het
groote onderscheid in vruchtbaarheid is dus uitsluitend aan
den bodem toe te schrijven, en de voortbrenging hangt
natuurlijk ook in niet geringe mate af van de meerdere of
mindere zorgen welke men aan den landbouw wijdt; bij den
akkerbouw op het zand ziet men zoowel in zwang het meer
en meer verlaten wordend dr i eslag-s t els el, met mest-