Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
44
lands, waargenomen uitersten zgn 34' Celsius op 4 Au-
gustus 1857 en —21° C. op 21 Januari 1850; ofschoon
de gemiddelde stand in dezelfde jaren op gemelde plaats
slechts eene afwisseling aantoont van 21° in Juli en Augus-
tus, tot nauwlijks 1° onder het nulpunt in Januari.
§ 34. Het spreekt intusschen van zelf dat in het vlakke
Nederland de bergen geen invloed op de warmte uitoefe-
nen, maar hier zijn andere oorzaken die verschillen en
afwisselingen in het leven roepen. Dat de eene of an-
dere plaats meer of minder beschut is door duinen, heuvels
of geboomten schgnt nauwlijks merkbaar als men den warm-
tegraad waarneemt, en is ook bgna van geen invloed op den
gemiddelden barometerstand, die te Utrecht, ter hoogte
van den zeespiegel geplaatst en herleid tot een thermome-
terstand van O , zich gewoonlijk tusschen 760 en 762 mil-
limeter beweegt, ofschoon als uitersten zijn opgemerkt 726
mm., op 6 Februari 1850 en 785,4 op 9 Maart 1852. Bij
noordoostenwind staat de barometer het hoogst, gemiddeld
764 mm. ; daarentegen bij zuidenwind in den zomer het
laagst, gemiddeld 750,2 mm.; in 1875 was de gemiddelde
stand 761 mm.
Grooter invloed op het klimaat oefenen in ons zoo bloot-
gesteld land de winden uit; zoowel de kracht waarmede
zg voortsnellen , als de richting waarin zij zich bewegen , dra-
gen er het hare toe bij. Gemeenlgk beweegt de kracht van
den wind zich tusschen volkomen windstilte en eene druk-
king van 16 kilogram op den vierkanten meter, doch bij enke-
le stormen steeg die drukking tot 112 kilogram met wind-
stooten van 125 kilogram; in zulk een buitengewoon geval
heeft de luchtstroom een snelheid van misschien wel 50
m. per seconde. De richting is vooral van belang omdat
daarmee de vochtigheid van de lucht in nauw verband staat;
het is immers niet onnatuurlijk dat de westenwinden ons
meer regen en nevel aanbrengen dan de oostenwinden,
die pas hunne reis over een groot vastland hebben vol-
bracht. In de onderscheidene maanden hebben ook ver-
scheidene winden de overhand; een groot deel van het jaar
zijn de zuidwestelijke winden de baas, maar in Maart, April,
Mei en September zijn de noordoostelijke doorgaans over-
heerschend. Om het duidelijk te maken dat die beide rich-
tingen het meest op den voorgrond treden, deelen wg mede