Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
in het Hollandsch Diep heeft ontlast; de Mark ont-
springt uit de Merxplas in de provincie Antwerpen
en stroomt langs Ginneken naar Breda; links neemt zij
iets boven die stad de mede uit Antwerpen afvloeiende
Aa of Weerreis op en wordt dan bevaarbaar; haar noord-
waartschen loop vervolgende, wendt zy zich by Ter heiden
plotseling westwaarts en is aan hare monding bij D int el-
oord met eene sluis voorzien. Iets lager valt een kleiner
stroompje in het Volkerak, het is de bij Esschen in
Antwerpen ontstaande Rosendaalsche Vliet, boven
Nispen onze grenzen betredende, van Rosen daal af be-
vaarbaar gemaakt en na vereeniging met de Haven van
Steenbergen zich als St e enbergsche Vliet door
sluizen in den breeden stroom ontlastende.
§ 28. De Schelde splitst zich dadelijk bij de betreding
van ons grondgebied tegenover het Fort Bath in twee armen;
de linker- of hoofd-arm heet de Honte of Wester-Schelde
en stroomt met eenige wijde bochten tusschen Zeeuwseh-
Vlaanderen ten zuiden, en Zuid-Beveland met Wal-
cheren ten noorden, in eene bepaald westelijke richting naar
de Noordzee, waarmede haar water zich door de Wielin-
gen, de Spleet en de Deurloo vereenigt; ofschoon vele
zandplaten in haren benedenloop en voor hare monding lig-
gen, is zij voor de grootste schepen bruikbaar en zeer breed,
bij Bath 1800, bij Terneuzen 4700, bij Vlissingen
4200 meter; het vaarwater wisselt in diepte af van 23 m. bij
Bath tot 37 m. voor Vlissingen; eigenlijke zijtakken
neemt zij niet op, maar eenige armen dringen diep land-
waarts in of omstrengelen de eilanden en verbonden vroeger
Wester- en Ooster-Schelde; tot de eerste behooren het
smalle Hellegat en de grootendeels verslikte en meer en
meer ingepolderd wordende Braakman, die beide tot ont-
lasting van de polders in Zeeuwsch-VIaanderen die-
nen ; daarentegen scheidde het S1 oe de eilanden Walcheren
en Zuid-Beveland.
Het grootsche plan, deze beide eilanden door afdamming
aan den vasten wal te verbinden, is volvoerd; aan de oos-
telijke spits van Zuid-B e veland wordt de O o ster-Schelde
van de Wester-Schelde door een spoorwegdam gescheiden
en evenzoo het zuidelijk Sloe van de voorheen noordwaarts
daarmede in verbinding staande water-armen; een spoorweg