Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
Betuwe in hare geheele lengte doorstroomt, de van Buren
afkomende Karne opneemt en bij Geldermalsen bevaar-
baar wordt; langs Deil, Beest, Asperen, Leerdam en
Heukelom wendt zij zich naar Gorkum, alwaar zij door
eene sluis uitmondt, het overtollig water langs het kanaal
van Steenenhoek meer westwaarts afvoerende. De Gies-
s e n werpt zich iets lager bij G i e s s e n d a m in de M e r w e d e.
In de Noord stroomt rechts de bevaarbare Alblas, eerst
Graafstroom genoemd, en bg Alblasserdam uitmon-
dende.
Even beneden den Lek-mond neemt de Nieuwe Maas
aan haren rechter oever den Hollandschen IJsel op, die
tegenwoordig zijn water hoofdzakelyk door eene sluis uit den
Vaartschen Rijn ontvangt, bevaarbaar is, langs IJsel-
stein, Montfoort, Oudewater en Gouda vliet, rechts
de Gouwe bij Gouda en links de Vlistte Schoonhoven
opneemt, en tegenover IJselmonde in de Maas valt; —
te Rotterdam vereenigt zich de uit de afwatering van
eenige polders ontstaande Rotte met die rivier; — de Sc hie,
ofschoon oudtijds een riviertje, is tegenwoordig te zeer kunst-
matig gewijzigd om onder de stroomende wateren te mogen
worden gerangschikt; haar mond was oudtijds te Schiedam.
§ 27. Thans blijven nog te vermelden de takken, die
zich in den zuidelijksten mondings-arm der Maas werpen,
als: de Oude Maas of het Maasje, tegenwoordig by
Heusden afgedamd, doch eigenlijk de vroegere afloop van
die rivier uitmakende, zich nu langs Drongelen west-
waarts wendende en beneden het veer aan den grooten weg
naar Breda (aldaar ruim 100 m. breed) de Donge opne-
mende; dit laatstgenoemde riviertje ontstaat uit heideplassen
nabij de Baarle-Nassausche grenzen, wordt bij 's Gra-
venmoer, een uurtje beneden het dorp Dongen, bevaar-
baar en vormt met het Maasje, na Geertruidenberg
te hebben bespoeld, den Am er; deze breede stroom neemt
een grooten toevoer van water uit de Biesbossche Killen
op en vereenigt zich spoedig met de bovenvermelde Nieuwe
Merwede, waarmede hij gezamenlijk het Hollandseh
Diep vormt. In het Volkerak valt links de Mark, aan
hare monding de Din tel genoemd, terwyl zij dan bereids een
gedeelte van haar water in de Haven van Zevenbergen
— lager Roode Vaart geheeten — en langs Khindert