Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
Spui gelieeten, naar het Haringvliet. Door al deze ver-
takkingen worden de Zuid-Hollandsche eilanden ge-
vormd en deze provincie van Zeeland gescheiden.
§ 26. De Maas ontvangt in haren langen loop op ons
grondgebied een aanmerkelijk getal zijrivieren, welke alle
monden in die hoofdrivier zelve of in hare zuidelijkste ver-
takking. In de Maas vallen rechts: de snelvlietende G e u 1 e,
welke uit Ryn-Pruisen door België onze grenzen na-
dert, bij Gulpen de forelrijke Gulp of Galoppe en de
Egserbeek opneemt, en haren loop door het fraaie heuvel-
landschap vervolgende, langs Valkenburg enMeerssen
stroomende, bij Bunde in de Maas valt; — de Geleen-
beek ontstaat in zuidelijk Limburg, vloeit langs Sittard
en Echt en vereenigt zich beneden Stevensweert met
de Maas; — de Roer is gedeeltelijk bevaarbaar en ont-
springt even als de zijtak de Worm, welke onze grenzen
in Zuid-Limburg begeleidt, in Rij n-Pruiseiu bij
Vlodrop betreedt zij onzen grond en mondt uit bij'Roer-
mond; — de sterk kronkelende Niers behoort ook groo-
tendeels tot Rgn-Pruisen en valt bij Gennep in de
Maas; de Rijksche Wetering ontlast tegenover Ogen
een groot gedeelte van het water uit het land van Maas
en Waal in de Maas. Links neemt de Maas op: de in
Luik ontspringende Jeker of Jaar; zij mondt, onder
het Luiksch-Maastrichtsch kanaal door, bij Maas-
tricht in de Maas; — de Neer, ontstaande in Belgisch
Limburg en langs Hunsel, Grathem, Haelen en Neer
in de Maas vloeiende; — de Raam geheel tot Noordbra-
bant behoorende en bij Grave uitmondende; — de Dieze
bij Crèvecoeur in de Maas vallende en bevaarbaar voor
flinke schepen; zij ontstaat te 's H e rtogenbo sch uit de
vereeniging van den Dommel en de Aa; de eerste ont-
springt op de heide in Belgisch Limburg neemt een
aantal kleinere beekjes op, die alle van de Noordbra-
ba ntsche heidevelden afvloeien, en bespoelt in zijn kron-
kelenden loop Valkenswaard, Eindhoven, Boxtel
(waar hij bevaarbaar wordt) en Vught; de andere komt
uit de Peelsche moerassen voort en wendt zich langs Hel-
mond, Erp (waar zij bevaarbaar wordt), Veghel en Ber-
licum naar 's Hertogenbosch.
In de Merwede werpt zich rechts: de Linge, welke de