Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
te zamen vloeit;" de vereenigde rivieren vormen de breede
Mer wede.
De tweede zij-arm is de IJsel, die zich met velerlei boch-
ten noordwaarts wendt en de Veluwe {links) van het Graat-
schap Zutfen en Overysel (rechts) scheidt om zich
eindelijk op het gebied der laatstgenoemde provincie met ver-
schillende armen in de Zuiderzee te ontlasten. Bij Wes-
tervoort is de IJsel 120 meter breed, by Doesborgh 98
m., bij Zutfen 95 m., bij Deventer 95 m., even beneden
01 st 240 m., tegenover Hattem 270 m., bij het Kater-
veer 176 m., bij Zalk 290 m. en bij Kampen 220 m.;
daar splitst hij zich in vijf armen om en door het hooiryke
Kamper-eiland, doch hiervan zyn alleen de Kete 1 en het
Ganze diep bevaarbaar. De eerstgenoemde van leidammen
voorziene mond is zelfs voor vrij groote zeeschepen bruikbaar.
De derde arm is de Lek, de voortzetting van den Ne der-
Rijn, ook westwaarts stroomende, eerst Utrecht van
Gelderland en Zuid-Holland scheidende, daarna ge-
heel tot laatstgemeld gewest beboerende; van Wijk bij
Duurstede ontmoeten wij eerst recAis: Vreeswijk (225 m.
breed), dan Jaarsveld, Schoonhoven (200 m. breed),
Ammerstol, Lekkerkerk en Krimpen; links: C nie n-
borg (196 m. breed), Everdingen, Vianen, Lexmond,
Ameide, Langerak, Nieuwpoort, Groot-Amm ers.
Streefkerk en Nieuw-Lekkerland; bij Krimpen
vereenigt zij zicb met de Nieuwe Maas.
De vierde arm is de Vecht, veel minder aanzienlyk dan
de vorige en door sluizen in de Zuiderzee vallende; toch
is zij een belangryk vaarwater, meestal 90 m. breed, in haar
middelloop door buitenverblyven omzoomd en door velen wor-
den hare boorden als lustoord geprezen; de aanzienlijke dor-
pen Maarssen, Breukelen, Nieuwersluis, Loenen
en Vreeland ende stadjes Weesp en M u i d e n liggen aan
de Vecht; bij laatstgenoemde plaats ontlast zij zich in zee.
§ 23. Behalve deze groote vertakkingen is het gebied
van den Kijn nog door menig rivier en stroompje door-
sneden en om het beeld te voltooien, zullen thans opgenoemd
worden al de meer of minder belangryke stroomende wate-
ren, welke zich in de genoemde hoofdrivieren ontlasten;
daartoe zullen deze naar de gevolgde orde uit dat oogpunt
beschouwd worden.
1. De Neder-Rijn ontvangt rechts: de Heelsumer