Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
§ 21. De Rijn betreedt bij Lobith ons grondgebieden
verdeelt zich viermaal in twee armen; eerst boven Panner-
den — links de Waal; dan boven Westervoort — rechts
den IJsel; voorts by Wijk bij Duurstede — links de
Lek; eindelijk te Utrecht — rechts de Vecht afzendende;
hy zelf wordt beneden Pannerden tot Wijk bij Duiir-
stede de Neder-Ryn genoemd, heet tusschen die stad en
Utrecht de Kromme Ryn en beneden Utrecht de Oude
R y n. Sedert eeuwen is er veel in zijn loop veranderd, soms
door de natuur alleen, meestal met behulp der bewoners; in
den aanvang der achttiende eeuw werd het Pannerdensch
kanaal gegraven, in de tweede helft dier eeuw het By-
landsch kanaal, beide vormen de tegenwoordige bedding
van den stroom en strekken tot verbetering van den water-
afvoer; reeds ten tijde van Drusus zou de Nieuwe IJsel
ofDrususgracht tusschen Westervoort en Do es borgh
gegraven zijn en in het begin dezer eeuw werd gezorgd voor
de kolossale uitmondingssluizen en kanalen bij Katwijk,
Wy zullen nu eerst den ouden hoofdstroom volgen en later
zyne vertakkingen in oogenschouw nemen.
By het Geldersch dorp Lobith betreedt de Rijn ons
land en heeft er eene breedte van 670 meter, terwijl de diepte
ongeveer 4 meter bedraagt; nog is hij niet aan beide zijden
door Nederlandsch grondgebied begrensd, of reeds veran-
dert hy tijdelijk van naam en wordt het gedeelte beneden
de Tolkamer tot nabij Millingen het Bijlandsch
kanaal genoemd (422 meter breed); reeds spoedig wendt de
Waal zich westwaarts, maar de Ryn behoudt zijne noord-
westelyke richting, doch zijn naam verandert in Panner-
densch kanaal (167 meter br.) en hij herneemt weder den
ouden naam voorby de vroegere monding van den Ryn te-
genover Angeren (400 meter br.); nog in 't gezicht van
Hui SS en splitst hij zich in IJsel en Ryn (250 meter br.)
en spoedt de laatste zich naar Arnhem (167 m. br), om
gedurende zijnen westelijken loop den naam van Ne der-Rijn
te dragen; althans tot Wyk bij Duurstede voert hy dien
naam en bijna even ver begeleiden hem de Veluwsche- en
Stichtsche heuvelen, die bedijking overbodig maken, behalve
voor een klein gedeelte bij de Geldersche Vallei; ten
zuiden begrenst hem hier de rijke Over-Betuwe met de
welvarende dorpen Driel, Heteren, Randwijk en Op-
heusden (120 m. br.); vervolgens de niet minder vruchtbare