Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
Ouder-Amstel, waar zij de Bullewijk — liooger op
Holendrecht en Angstel genoemd, bii Nieuwersluis
uit de Vecht ontstaande — opnemen, naar Amsterdam.
Het Spaarne ontstaat een uur ten zuiden van Haarlem,
loopt door die stad, valt bij Sparendam door sluizen in
het NO0r dzee-kanaal, strekt tot ontlasting van den Haar-
lemmermeerpolder en wordt druk bevaren.
De Zaan staat met verschillende waterplassen in Noord-
Holland, van welke het Lange meer de voornaamste is,
in verbinding en ontleent daaraan zijn water; van Knol-
lendam wendt hij zich langs Wormerveer, Zaandyk,
Koog en Zaandam zuidwaarts naar het Noordzee-ka-
naai, en verschaft aan het bekende Zaanland veel leven-
digheid en vertier. Noord-Holland bezit bovendien evenals
Friesland een aantal natuurlyke wateren, welke zich in
de Zuiderzee ontlasten, maar ofschoon zij, hoewel door
sluizen uitmondend, als niet kunstmatig aangelegd, eigenlijk
onder deze rubriek behooren vermeld te worden, toch niet
afzonderlek worden opgesomd, omdat zij daartoe te onbedui-
dend zijn.
§ 20. Thans zijn wij genaderd tot het gebied der hoofd-
rivieren en merken daarbij op, dat deze bijna overal tus-
schen dyken zyn besloten om verwoestingen te voorkomen,
zoowel bij grooten toevoer van water van de hooger liggende
landstreken, als in de gevallen, dat hoog opgestuwde zee-
vloeden het rivierwater beletten af te stroomen. Vooral by
ijsgang is het gevaar groot; er worden dan dikwerf ysdam-
men gevormd, die geen afkomend water doorlaten, en de
dyken zyn bij invallenden dooi uit den aard der zaak wee-
ker of slapper dan in andere jaargetijden; de beste zorgen
worden derhalve wel eens verijdeld. Door den invloed van
ebbe en vloed, de aanmerkelijke breedte en het geringe ver-
val onzer hoofdrivieren, is het bijna overal mogelyk zoowel
naar boven als naar beneden te zeilen; de grootste snelheid
nam men waar aan den Boven-Ryn nabij zyn binnentreden
in ons land, zy bedraagt aldaar ruim een meter in elke se-
conde, bij een verval van iets meer dan IV4 decimeter op
de duizend meter; de vloed is gewoonlijk zeer duidelijk merk-
baar op al de armen der Schelde, op de Maas tot Heus-
den, op de Waal tot Zalt-Bommel, op de Lek tot
Vianen, op den IJsel tot by Hattem.