Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
I
men of dienen ter geleiding van het overtollig polderwater
naar de molens, die voor eenen regelmatigen waterstand moe-
ten zorgen. Eene opsomming van al die wateren is onmoge-
lijk zou men bijna kunnen zeggen, eene vermelding der
belangrijkste daarentegen zeer wenschelijk. Vooraf dient de
mededeeling te gaan, dat Nederland in algemeene bewoor-
dingen als de delta van Rijn, Maas en Schelde wordt
aangeduid, en dat het derhalve wenschelijk zal wezen er op te
wijzen, dat deze rivieren vooral in het midden en zuiden eene
hoofdrol vervullen; in het noorden zullen wij echter verscheidene
stroompjes opnoemen, die eigenlijk in geen verband tot die
hoofdrivieren staan, deze kleinere gaan thans voorop, omdat
onze reis in het noordoosten aanvangt. Nadat de rivieren en
beken zijn opgesomd, zal eene afzonderlyke § aan de kanalen
en gegraven vaarten worden gewijd, doch onder de stroomende
wateren komen er een aantal voor, die kunstmatig be-
vaarbaar zijn gemaakt en waarvan de loop hier en daar
ter bevordering eener betere afwatering of ter bekorting van
een omweg is gewijzigd.
§ 18. De Westerwoldsche Aa ontlast zich door eene
sluis in den Dollart op de grenzen van Pruisen en
Groningen, en onstaat bij Ulsda uit de vereeniging
van eenige kleinere stroompjes , zij is bevaarbaar en loopt
langs de Nieuwe- of Langakker-Sch ans. Die kleinere
stroompjes zijn: de Kniten Aa, welke in het zuid-oosten
van Drenthe uit een thais bijna uitgedroogden veenplas, het
Zwartemeer, ontstaat, aldaar Rundiep heet, eerst door
veenen, lager door heidevelden de bebouwde gronden nadert
en dan spoedig de in Drentsche veenen bij Weer dinge
geboren wordende Mussel Aa opneemt, die langs Zand-
berg en Onstwedde vloeit en een veel minder kronkelenden
loop heeft dan de Ruiten Aa, welke bij Ter Apel op
Groningsch gebied treedt en langs Sellingen, Vlagt-
wedde. Wedde en de Oude-Schans hare vereeniging
met het Pekelerdiep of de Pekel Aa nadert; deze be-
vaarbaar gemaakte tak neemt een aanvang aan de Drentsche
grenzen en doorsnijdt oostelgk Groningen; de bloeiende
veenkoloniën Nieuwe- en Oude-Pekel Aa hebben er hare
welvaart aan te danken.
Het Termunter-zijIdiep en de Fivel Aa, thans Dam-
ster d i e p, welke beide bij Termunten en Delfzijl door