Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
der-wielen, en het Tjeukemeer, benevens een aantal
nitgeveende plassen vooral nabij Heerenveen en de Lem-
mer. In OVerijse 1 het Giethoornsche meer, het
"Wijde bij Giethoorn, het Beulakker- en Belterwij-
de, en nog menige veenplas in het land van Vollenhove.
In Utrecht een aantal nitgeveende plassen ten oosten
van de Vecht , welke zich ook over Noord-Hollands
gebied uitstrekken; het Naardermeer ligt mede in dit
gewest, evenals het Lange-of Alkmaardermeer, de veen-
plassen tusschen B e e m s t e r en Schermer en die tus-
schen het Zaanland en het Noor d-Hollandsche kanaal,
in 't zuiden de Poel en enkele naburige nitgeveende gronden.
In Zuid-Holland zijn het Braassemer meer en het Kager-
meer de eenige welke dien naam verdienen, maar zuidelijker
liggen nog eenige veenplassen van geringe uitgestrektheid,
want de meeste grootere zijn drooggemaakt.
Ook in de overige gewesten komen meren voor, maar al
is het getal aanzienlijk, de uitgestrektheid is zoo gering dat
ze gerust verzwegen kunnen worden; vooral in en om de
Peel vindt men menig hei-ven, doch 's zomers verdrogen
er verscheidene of zy veranderen in moerassen en eene beter
geregelde afwatering zou de meesten doen verdwynen. Toch
verdienen enkelen der kleinere vermelding; zoo is onder-
anderen het üd deler meer op de Veluwe nogal bekend we-
gens de pittoreske ligging, het kleine meertje by Rockan-
je is vermaard wegens de sterke kalkachtige oplossing, die
zelfs het aldaar groeiend riet met een harde korst bedekt;
anderen zijn dikwijls niet meer dan diepe kolken.
Onze meren munten niet uit door natuurschoon; de vlak-
ke omstreken, meestal graslanden, menigmaal veenachtige
grond, soms heideveld, een enkel maal bouwland of bosch,
leveren te weinig afwisseling op, velen worden zelfs schaars
door vaartuigen verlevendigd. Evenwel zijn zij nuttig en
vooral is de vischrijkheid van sommigen merkwaardig; in
dit opzicht munten de Friesche meren boven allen uit.
§ 17. De waterrijkheid van Nederland is algemeen be-
kend; allerwege is ons land door een ontelbaar aantal stroo-
mend e wateren, rivieren en beken doorsneden, en waar
deze ontbreken zijn kanalen gegraven om het verkeer te
bevorderen, ringslooten omgorden de drooggemalen pol-
ders en slooten scheiden in de lagere landen de eigendom-