Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
ken en Monnikendam ^ het Hoornsche Hop ziji^
bijzondere benamingen van Adeelten van dezen zeebg
— Verschillende rivieren ontAsten zich in de Z Hiderzee:
de Kuinder of Tjonger, Ve Ste^wyker-Aa, het
Zwarte Water — de mondin^^-rSn de Over ij seis che
Vecht, — de IJsel, de Eem, de Vecht. De Amstel, het
Spaarne en de Zaan ontlasten zich in het voormalig IJ,
thans Noord zee-kanaal.
De Zuiderzee beslaat ongeveer 75 vierkante geogra-
phische mylen en is in al zyne deelen aan den invloed van
ebbe en vloed onderhevig; niet overal is die invloed echter
even groot: zoo stijgt onder anderen de gewone vloed bij
Harlingen tot 0,78 meter boven A. P., bij het Zwolsche
Diep tot 0,28 meter, bij Marken tot 0,10 meter, terwyl
de ebbe op die drie plaatsen beneden dat waterpeil daalt,
tot —0,58, —0,08 en —0,20 meter.
De bruikbaarste onzer zeegaten, dikwerf de mondingen van
groote rivieren, zijn: de mond der Eems, het Friesche
gat, het Vlie of de Vliestroom, het Marsdiep, de
Nieuwe Waterweg door denHoekvanHolland, de Nieuwe
M aas by Br iell e, het Go er ees che g at, het Brouwers-
havensche gat, de monden van de Ooster-Schelde
bij Zierikzee en van de Honte of W ester-Sch elde
bij Vlissinge n.
§ 16. Een aantal meren liggen in de verschillende pro-
vinciën verspreid; de meesten staan in verbinding met ri-
vieren en beken, de overigen met kanalen of vaarwaters en
zullen bij de vermelding daarvan niet verzwegen M'orden ;
evenwel is een overzicht van de aanzienlijksten noodzake-
]yk en daarom volgen ze hier: in Groningen liggen het
Meedhuizermeer, het Poxholstermeer, het Zuid-
laardermeer en het Leekster meer; de beide laatsten be-
hooren gedeeltelijk tot Drenthe. In Friesland vindt
men het Bergumermeer en de naburige L e ij e n , de door
de Kromme Ee verbonden Wyde Ee en Zandingen,
het Sneekermeer en de daarmede samenhangende Goën-
garypster-, Terkapler- en Te rh or n s t e r-poelen , de
B r e k k e n ten zuiden van Sneek, het Heegernieer, de
Fluessen en de Morra, welke drie te zamen één meer vor-
men, het Slotermeer, de Koevorde, de Langweer-
2