Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
■263
bezocht ( in 1874 slechts 317 vaartuigen); in het fort H o 1-
1 andia , dat de in boven- en benedenstad verdeelde hoofd-
plaats Eustatius beschermt, ligt eene kleine bezetting.
Saba is nog kleiner en zeer bergachtig, eigenlyk eene steile
rots van lüOO m. hoogte, ten noordoosten van het pasge-
noemde eiland; eenige suiker en kofBe, vee en gevogelte
worden uitgevoerd; de 2000 inwoners zyn hier, evenals op
St. Eustatius en St. Martin, grootendeels Hervormd. Aan de
toegankelijke westkust ligt het voornaamste dorp, de Bodem
genaamd.
St. Martin is slechts voor hetzuidelykst, kleinst gedeelte
in ons bezit, het overige behoort aan Frankrijk; ons deel is
nog geen vierkante myl groot en telt ruim 3000 inwoners;
het is minder rijk aan baaien maar even bergachtig als het
noorderdeel: katoen, suiker, koffie, maïs, tamarinde , kokos-
noten en allerlei groenten worden er verbouwd en de uitge-
strekte zoutpannen verschaffen een vry levendig vertier,
hetwelk nog vergroot wordt door het aantal schepen dat de
Groote baai, welke door fort Nassau wordt verdedigd, bin-
nen loopt: hier ligt de stad Philipsburg, de zetel van
ons Bestuur, ongeveer 10 uur ten noorden van St. Eustatius.
§ 185. Zoo beschouwden wij Nederland en zyne Koloniën,
maakten kennis met land en bewoners, met klimaat en voort-
brengselen, met de bronnen van bestaan en den trap van
ontwikkeling. Wy hopen dat onze blik niet te eenzijdig,
onze kennismaking niet al te vluchtig was, om het voorge-
stelde doel te bereiken; d. i. den jeugdigen Nederlander,
en desnoods ook den man van rijper leeftyd, op te wekken
zijn vaderland op prys te stellen. Wel is niet alles daar
even gunstig, maar uit het medegedeelde is toch aanlei-
ding genoeg om fier te zijn als bewoner van het kleine
Nederland. Daartoe hopen wij te hebben aangespoord en wy
verheugen ons reeds in 't vooruitzicht dat de jongelingen,
die de lagere school ontwassen zijn, den wandelstaf zullen
ter hand nemen om kameraadschappelijk een of ander hoekje
van ons land te exploreeren , gelijk wij zoo menigwerf bui-
tenlands zien gebeuren. Het zou ons werkelyk niet grieven,