Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
■251
baai, en eenige kleinere eilanden. Deze Sultan is van ouds
zeer goed gezind jegens Nederland.
De tweede Sultan woont te Tidore, even klein als Ter-
nate, evenzeer een werkzanien vulkaan dragende, doch de
vruchtbare grond is er beter bebouwd; trouwens de tegen-
woordige Sultan bedreigt ieder lediglooper met het afkappen
der linkerland en handelt ook tegenover ons Bestuur eigen-
dunkelijk. Tot zijn gebied behooren: het zuidelijk deel van
Halmaheira, een aantal onbelangrijke eilanden en dege-
heele westelijke helft van Nieuw-Guinea, waarschijnlijk
wel 10 maal grooter dan ons land, maar naar schatting
slechts weinig bevolkt. Van dit uitgestrekt, vruchtbaar land
weten wg nog zeer weinig dan dat het binnenland hooge
bergen bevat, dat de paradijsvogel hier oorspronkelijk te huis
behoort, en dat de meest aan de kusten wonende inboorlin-
gen zich gaarne zouden ontslagen zien van de lastige opper-
macht des Tidoreeschen Sultans. Zendelingen hebben zich
gevestigd te Do rei aan de westelijke kust der wijde, eiland-
rijke Geelvinks-baai, maar maken zeer weinig vorderingen.
De derde Sultan is te Batjan gevestigd, alwaar ook een
Nederlandsch posthouder woont; het eiland is vrij groot en
het gelijknamig hoofdplaatsje bevestigd; welvaart heerscht
op dit vruchtbaar plekje. Onder de overige bezittingen van
dezen vorst noemen wij de weinig bekende O bi eilanden.
De kleine Soenda eilanden.
§ 179. Van Java's oostspits wendt zich verder oostwaarts
eene keten van eilanden, die onder den naam van Kleine
Soenda eilanden bekend zijn, en in grootte ver achter staan
bij de vier Groote Soenda eilanden, doch te zamen bijna
zooveel oppervlakte beslaan als Java, terwijl Timor onge-
veer zoo groot is als ons land. Over het algemeen zijn
deze eilanden vulkanisch en zonder uitzondering bergachtig; de
Tambora op Soembawa was de reusachtigste bergtop van
den geheelen Archipel, doch na de geweldige uitbarsting van
1815 is de hoogte van ruim 4000 meter tot 8000 m. verminderd;
thans is de Piek van Lombok waarschgnlgk de aanzien-
lykste berg onzer bezittingen; de hoogste spits, Goenong
Bindjani, meet 3700 m. Niettegenstaande de schijnbare over-
eenstemming in oorsprong bezitten deze eilanden toch een