Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
■245
ijzersmeltergen; Tanali-laoet in het zuid-oosten met de
hoofdplaats Taboeniaoe, goudwinning en steenkoolmijnen.
De afdeelingen Martapoera en Amoentai ten noorden
van Tanah-laoet zijn de voormalige Sultans-landen, onder-
anderen bekend wegens wapensmedery en wegens de mynen
O ra nj e-Nassau en Delft te Pengaroeng, die een
groot gedeelte onzer O.I. bezittingen van steenkolen voorzien.
Het Rijk van Koetei is het bloeiendste aan de oostkust
en bevat de belangrijkste handelplaats dezer streken, Sama-
rinda aan de Koetei-rivier; de Adsistent-resident woont in
de hoofdplaats Tengaroeug. Het Rijk Pasir benevens
Poeloe Laoet behooren met een aantal andere minder be-
langrijke staatjes, met inbegrip van Boelongang in het
noorden, tot onze bezittingen langs de Oostkust, welke zeer
uitgestrekt doch uiterst onbelangrgk zijn voor het handelsverkeer.
Gelebes en omliggende eilanden.
§ 176. Dit grillig gevormd eiland ligt ten oosten der
straat van Mangkassar en breidt vier armen uit naar het
oosten en zuiden: de eerste eindigt aan de Soeloe zee met kaap
Polisang, de tweede aan de Moluksche zee met kaap Taljaboe,
de beide laatsten wenden zich zuidwaarts naar de kleine Soenda
eilanden: de diepe golven van Gorontalo, Tolo en Boni schei-
den deze landspitsen. Uit den aard der zaak zijn de rivie-
ren op dit veel getakte eiland, dat één-derde grooter dan
Java is, niet zeer lang en de Sadang alleen schijnt met de
Solo-rivier te kunnen worden vergeleken; zij komt uit een
meer in het binnenland en mondt aan de zuidwest-kust. Naar
verhouding zijn de bergen hoog, men schat enkele toppen op
ruim 3000 meter, en het geheele eiland is zeer bergachtig en
vulkanisch, en ingesloten door dikwerf zeer steile kusten; of-
schoon het binnenland weinig bekend is, vermoedt men dat
er uitgestrekte bergplateaux zijn, op grond der talrijke hoog-
gelegen meren. Alleen de zuidwestelijke en noordoostelyke
landstreken zyn onmiddelbare bezittingen van Nederland en
deze gedeelten zijn dan ook het best bekend. De bevolking
is veel dichter dan op Sumatra en Borneo, en wordt met
de omliggende kleine eilanden op 3 of 4 millioen geschat,
in het dunbevolkte binnenland meerendeels Alfoeren, terwyl
de volkryke kusten en eilanden door de zeevarende en thana