Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
ademt, al bouwde hier de rgkdom zich geen lusthoven
zooals in evengenoemde oorden. Beklim dan weder eens
een rivierdijk en tracht het rundertal te schatten, dat daar
graast op die rijke uiterwaarden, welke hunne vrucht-
baarheid te danken hebben aan het rivier-slib dat deze bui-
tendijksche landen jaarlijks bedekt. Verplaats u voorts naar de
duinen: de zoom van zand is te breed om de zee te ontwa-
ren , het tegen de verstuiving aangeplant helmgras is dikwerl
het eenig gewas dat men naar die zijde kan bespeuren, maar
welk eene tegenstelling biedt het landschap dat aan de voeten
ligt uitgespreid, van zorgvuldige bebouwing getuigt en met
tal van dorpen en steden is bezaaid. Of doorwandel de noord-
oostelijke deelen van ons land, door landgenoot en vreemde
gewaardeerd als een weergaloos goed bebouwd plekje, vermaard
wegens den kostbaren kleibodem. Doch het is niet alleen
daar, dat men zich in zulk eene vruchtbaarheid mag verheu-
gen: de Zuid-Hollandsche en Zeeuwsche eilanden
leveren ook sprekende bewijzen van dien zegen, en wie een-
maal het liefelijk Walcheren of het welvarend Zuid-
Beveland heeft gezien, komt er weder om die heerlijke
landouwen nogmaals in oogenschouw te nemen.
§ 13. Niet overal beloont de vruchtbaarheid van den grond
de moeite en zorg welke men aan de beboawing besteedt
even ruim, en ons vaderland bevat zelfs nog een groot
aantal woeste gronden, die gedeeltelyk voor bewerking
totaal ongeschikt zijn en voor een ander gedeelte aan de
beurt liggen om produktief te worden gemaakt, als de aan-
voer van mestspeciën niet te kostbaar is, of als de verbeterde
afwatering de drasheid van den bodem wegneemt, of als de
harde oerbank (ijzerhoudend zand) is weggegraven, of als
de dreigende zandverstuiving is gebreideld. Thans liggen nog
ruim 650000 bunders, dus één vgfde der geheele opper-
vlakte onbebouwd, het meerendeel zandige heidevelden
en moerassige hooge veenen in Drenthe, Over-
ysel, Gelderland, Noordbrabant en Limburg,
doch ook vry wat duingrond langs de westelyke kusten
en de noordelijke eilanden ; veel van die soort van gronden
zijn reeds vroeger omgezet en in kleine akkers herschapen ,
een goed deel is bereids in bosch hervormd, maar de belem-
mering , die de bebouwing ondervindt, komt niet altijd uit