Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
■242
evenals op Bangka is de tin-produktie liier de hoofdzaak,
maar tot nogtoe op iets kleiner schaal, daar een honderdtal
mgnen in 1875 ruim 3 millioen kilogram opleverden. Het
hoofdplaatsje Tandjong-pandang wordt door een fort
beschermd; zeeroovers zijn in deze wateren niet zeldzaam.
Bornéo met omringende eilanden.
§ 174. Dit eiland beslaat 13000 vierkante mijlen, is dus
het grootste van den aardbol, grooter dan de Oostenrijksche
Staat, en ligt ouder den evenaar; de noordoostelijkste spits,
kaap Sampangmagis, ligt op ruim 7" N. Br., de zuidelijkste,
kaap Salatan, op 4" Z. Br. — Bijna van het geheele eiland
behoort onder Nederlandsch bestuur; alleen de noordweste-
lyke en noordelijke streken staan onder het beheer der onaf-
hankelijke Sultans van BroeneienSoeloe, terwijl een klein
gedeelte der kustlanden in Britsche handen is: Sera wak
(eigenlijk een onafhankelijk landschap onder een Radja van
Britsche afkomst) en het eiland Laboean.
Borneo wordt begrensd door de Chineesche zee, de Soeloe
zee, de straat van Mangkassar, de Java zee en de straat van
Karimata; het bezit slechts een geringe ontwikkeling der kusten,
die voor een goed gedeelte, vooral in het westen en zuiden,
vlak zijn en door enkele eilanden begeleid worden, waaronder
Poeloe Laoetin het zuidoosten en Majang benevens de Kari-
mata eilanden in het westen het noemenswaardigst zyn; de
mondingen der groote rivieren vormen uitgestrekte delta's.
Onder die waterryke stroomen bekleeden eene eerste plaats
de naar het westen afvloeiende Kapoeas of rivier van Ponti-
anak en de zuidwaarts stroomende Band jar of Baritoe, beide
niet ver van elkander ontstaande op het uit graniet, syeniet,
glimmerlei en kalk bestaande gebergte, dat geheel Borneo van
het N. O. tot het Z. W. doorsnijdt en als waterscheiding dient
tusschen de beide groote afdeelingen, waarin dit eiland wordt
onderscheiden; hoewel niet zeer hoog zijnde ontspringen er
een aantal rivieren op, en de waterrijkdom bevordert nog de
buitengewone vruchtbaarheid van den bodem.
Daar de bevolking zeer schaars is en nauwlijks op IVs