Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
■237
rassen afdalende oostelgke helling, die onderling bijna geene
gemeenschap hebben, want de vulkanische bergreeks is ge-
middeld hooger dan op Java. Rijkdom aan bosschen en vrucht-
baarheid kenmerken dit uitgestrekt eiland, dat thans geheel
ingelijfd is in de Nederlandsche bezittingen, sedert de oorlog
met het machtigste der vele ryken in het noordelijk gedeelte,
het eertijds vooral invloedrijke Atsji, de meeste dier vorsten
in onderwerping bracht.
Het klimaat, dat aan de kusten zeer heet is, herinnert in
de bergstreken aan eene onafgebroken Europeesche lente,
waarvoor de Padangsche Bovenlanden, langs de N. O. helling
van de hoofdbergketen in de eerste plaats vermaard zijn. Daar
het eiland eene vry regelmatige langwerpige gedaante bezit,
hebben de rivieren eenen beperkten loop, doch de waterrgkdom
maakt ze belangrijk; velen zijn over een groot gedeelte van
haren midden- en benedenloop bevaarbaar en deze wenden
zich alle naar de vlakke oostkust, omdat het gebergte waar
deze stroomen geboren worden alleen aan die zijde langzaam
afdaalt; de voornaamste zijn de Moesi, waaraan Palembang,
de Djambi, de Indragiri en de Kampar.
De eilanden welke de kust, soms op eenigen afstand, bege-
leiden, zgn in het westen; Si-maloe (Varkens eiland), Nias,
de Batoe eilanden, de Mentawei archipel. Groot- en Klein-
Nassau onder het Gouvernement van Sumatra's Westkust res-
sorteerend, benevens Engano onder de Adsistent-residentie
Bengkoelen. In het oosten: liangka, eene afzonderlgke
Residentie uitmakende, — de Lingga eilanden, de Karimon
eilanden en de R i o u w g r o e p, welke allen onder het bestuur
van den Resident te Riouw staan. Voorts eenige uitgestrekte
vlakke eilanden (Bengkalis e. a.) nabij de kust van het rijk
Siak. De belangrijksten zullen afzonderlek beschreven worden.
De voortbrengselen van Sumatra zijn nog op verre na
zoo belangrgk niet voor den handel als die van Java: de zorge-
loosheid der bewoners doet hen soms zelfs den aanplant van
de noodigste voedingsgewassen verzuimen en slechts langzaam
zijn zg tot eene geregelde bebouwing van den grond over
te halen: rijst, maïs, sago en peper zijn de gewone produk-
ten en tegenwoordig paren zich daaraan ook koffie (reeds 120
millioen vruchtdragende boomen). katoen, gambier, kaneel,
specerijen, kamfer en gomsoorten; reeds zijn er steenkolen in
de Ombilien-vallei boven Padang, en elders ijzer, zwavel en