Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
der houtgewas op menige plaats, vooral aan den voet der
duinen, het landschap siert; tallooze wegen en dyken, voor
het xneerendeel bestraat of op andere wyzen in alle seizoe-
nen bruikbaar gemaakt, doorsnijden het bevolkte land;
eensklaps staat men soms nevens een veenplas, die echter
slechts wacht om op hare beurt in vruchtbaar land te wor-
den herschapen, evenals de aanslibbingen langs de Wadden
of in de breede rivier-armen , welke telkens ingedijkt worden,
als de kleilaag eene behoorlgke dikte heeft verkregen en
derhalve r ü p wordt geacht.
Een geheel ander aanzien hebben de diluviale gronden;
de overgang is soms plotseling en springt dan sterk in 't
oog: de graanakkers beslaan er dikwerf eindelooze vlakten
of beklimmen heuvelruggen, de ooftboomen en warmoezier-
derijen hebben ons verlaten, maar tabaksvelden vindt men
er en de eentonigheid wordt door veel houtgewas verbro-
ken; hier is het akkermaalshout, elders zgn het flinke spar-
ren en dennen, of wel eiken en beuken, die in dichte ge-
lederen rank opschieten. Doch eigenlijk is er geen sprake
van eentonigheid, tenzij men enkele uitgestrekte eenzame
heidevelden of de Veluwsche zandheuvelen moet doorwan-
delen , want nauw heeft men de bedryvigheid in het hooge
veen verlaten, of men is weder te midden van welige bouw-
landen en veerijke weiden; overal bespeurt men, dat de be-
woner ijverig bezig is zijne bezittingen naar den heidekant
uit te breiden en een overgroot aantal beekjes vervroolijken
de landstreek, terwgl van de menigvuldige zandwegen en heide-
sporen reeds velen ter vergemakkelijking van het verkeer
kunstmatig zijn verbeterd. Van de oudere formatien
zyn in het oosten van ons land nog vele gedeelten met
heide bedekt, maar ook däär zien wij den nijveren landman
veld winnen en in Limburg is die heuvelachtige bodem
overal, in het dal, op den top en aan de helling zorgvul-
dig bebou'iffd en op menige plaats door bosch gesierd.
§ 12. Ons klein land biedt dus nog al verscheiden-
heid van gronden aan, en dit bespeurt men nog beter
als men van de lommerrgke heuvels die de Hooge Veluwe
ten zuiden en ten oosten begrenzen, en waarlijk een schoon
landschap helpen vormen, afdaalt naar de rijke IJselbo or-
den of de nog vruchtbaarder Betuwe, waar alles welvaart