Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
■216
schrgving der ondersclieideue eilaudeu vermeld zullen worden,
verdienende voornaamste produkten hij deze algemeene
beschouwing genoemd te worden: — het plantenryk is hier
sterk ontwikkeld; waar d3 natuur aan haar zelve wordt overge-
laten , bedekken ondoordringbare wouden heuvel en dal, helling
en bergvlak, maar de landbouwer heeft perk en paal gesteld
aan die bosschen en het allereerst gezorgd voor de aankwee-
king van zijn voedsel, dat is op de meeste eilanden ryst, die
hetzij aan de moerassige kusten als sawah-velden, of langs de
berghellingen op kunstmatig besproeide akkers verbouwd wordt.
In de vlakte vindt men wgders de uitgestrekte rietsuiker-
plantages, de tabaksvelden en de indigo-aanplan-
tingen; hooger op aan de helling der gebergten, in de
hooggelegen binnenlandsche dalen of op de beschutte berg-
vlakten tiert de koffieboom welig, onder de schaduw van
ander hoogopschietend houtgewas. Allerwege heeft de inlander
het bosch moeten wegruimen om zyn akker te kunnen ont-
ginnen, en zijne woning is nog overal verborgen onder het
dichte lommer van de woudboomen of van de sierlijke kokos-
palmen (klapperboomen), die bij millioenen worden aange-
plant om het voordeel dat de noot en de daaruit geperste
olie verschaft. Nevens deze palmsoort vinden wij hier ook
den betel-, den areng- en den sagopalm; vooral deze laat-
ste is van belang, omdat een aanzienlijk deel der bevolking
hoofdzakelijk leeft van het voedsel, dat hij schenkt; op de
Molukken zyn zy het talrijkst. Tot hetzelfde geslacht (dat der
palmen) behoort ook het b a ui b o e s - r i e t, dat met den kokos-
boom wedyvert in nuttigheid voor den inboorling, die huis-
raad en touw, keukengereedschap en dakbedekking, ja bijna
alle benoodigdheden van deze gewassen vervaardigt. De warin-
gin, die meestal de pleinen der inlandsche dorpen versiert,
is merkwaardig, omdat deze boom uit de takken wortels
nederlaat, welke dan gezamenlijk eene geheele boomgroep
vormen.
De kostbaarste woudbewoner is de vrij algemeen voorkomende
tiek- of djati-boom, uitnemend geschikt en veelgebruikt
voor timmer- en meubelhout; van de fynere houtsoorten vindt
men er ebbenhout, het lichtgeel kemoeninghout en het wel-
riekend sandelhout. De meeste dezer boomen komen, wat
hun uiterlijk aanzien betreft, met ons loofhout overeen, zoodat
men wellicht in enkele bosschen het onderscheid niet dadelijk