Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
liggen dan het naburig oeverland, waardoor eene doorbraak
der beschuttende dijken telkens grooter rampen veroorzaakt.
Niet allerwege doet de jongste formatie zich op dezelfde
wyze voor; zij is niet overal de kostbare uit steiger-aarde
bestaande bouwgrond, maar men onderscheidt vrij duidelgk
behalve de veenen, die ontstonden uit de overblijfselen van
planten, struiken en boomen, welke op moerassigen grond of
onder water stierven, ook de zeebezinkingen, die ge-
vormd werden uit de stoffen, door de groote stroomen afge-
voerd en aan winden en getijden blootgesteld, — derivier-
bezinkingen, welke niet aan dien invloed waren onder-
worpen, — de meestal veel grofzandiger beekbezinkingen
of groengronden, — en de zandstuivingen, hetzy
als duinen langs de kusten of als zandheuvels binnen in het
land, uitsluitend aan de werking der heerschende winden toe
te schrijven. De zandbanken vóór en langs onze kusten zijn
natuurlijk ook ontstaan uit het met de rivieren afgevoerd
zand en slgk, door den vloed opgestuwd en neergeslagen.
§ 9. Geen land ter aarde is meer van gedaante en voor-
komen veranderd dan ons land; de ryke soms 6 M. diepe
veenlagen bewijzen ten duidelijkste dat voorheen zware bos-
schen stonden waar thans geen jachtwild zich kan verbergen,
en zelfs bg menschen-geheugenis kan men nog oorden aan-
wijzen, die eerst vóór betrekkelgk korten tgd geheel van hout-
gewas ontbloot zgn, zonder dat men, vreemd genoeg, thans
bijna een spoor vindt van dien vroegeren groei; het is der-
halve meer dan tijd dat men de lessen van deskundigen ter
harte neemt, om onze kale heiden en naakte heuveltoppen
zooveel mogelgk met bosch te beplanten; nijverheid en land-
bouw loopen anders dreigend gevaar, gelijk men onderande-
ren op de Veluwe heeft kunnen bespeuren, waar de meer-
dere zorg, thans aan de domeingronden besteed, ook weder
onverwijld door aanzienlgker waterrijkdom werd beloond. Wij
zeiden het reeds, dat onze welvaart aan de oppervlakte
te zoeken is, want de anders zoo rijke ingewanden der aarde
leveren in de jongere formatiën, waaruit ons land voor zulk
een groot gedeelte bestaat, weinig of niets op. Behalve de
kostbare turf, de brandstof van de meerderheid der bevol-
king, wordt het delfstoffenrgk immers bij ons door niets anders
vertegenwoordigd dandoor ij zer-oer inhet Geldersch, Over-