Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
■171
het met de beste soorten; vóór het uitbreken der veepest in
1865 waren er 200000 stuks en thans is dit cijfer weder
bereikt, wier zuivel grootendeels tot boter, maar toch ook
voor een goed gedeelte, vooral rondom Leiden en Gouda, tot
kaas wordt verwerkt; dit zijn de hoofdproducten. Het aantal
schapen is veel geringer en beloopt weinig meer dan 50000,
maar van goed ras. De varkens strekken meestal tot eigen ver-
bruik en zgn er aanwezig ten getale van ongeveer 30000. Geiten
en bokken zijn talrijker dan in de noordelijke gewesten en hun
aantal wordt op 8000- begroot. Van oneindig meer belang is
de paardenfokkerij, en niet alleen eischt de zware bodem
veel hulp van paarden, maar vrij vele worden in den handel
gebracht en men bedingt er goede prijzen voor; in aantal
overtreft Zuid-Holland alle andere gewesten , men telt er meer
dan 36000 stuks.
Voor de eieren wordt er veel pluimvee aangehouden-en naar
het schijnt met voordeel; minder belangrijk is de bijenteelt,
die alleen in het Westland gedreven wordt.
De veertig eendekooien leveren vrg wat voordeel op, en van
de jacht valt in deze zoo algemeen bebouwde provincie weinig
te zeggen, dan dat menig liefhebber onverdroten dat vermaak
ter hand neemt.
b) Landbouw. Een gemiddelde oogst levert wel een
millioen hectoliter granen op, vooral t a r w e, h a v e r, gerst en
rogge; de aardappelteelt is van groot belang, en hoofd-
zakelijk op de eilanden worden aanzienlijke hoeveelheden olie-
zaden, erwten en boonen, vlas en hennep en meekrap
gewonnen. De Noordwijksche geneeskruiden, de warmoezergen
en fijne vruchten uit het reeds genoemd Westland, en de
rijke boomgaarden in verschillende oorden van het gewest,
dragen met de opbrengsten der rijs-waarden en hout-akkers,
welke 5'I/„ van de oppervlakte beslaan, veel bij tot de wel-
vaart der landlieden, waarvan velen zich niet ontzien soms op
verren afstand, in Noord-Holland en Friesland, zwaar kleiland te
huren om dit voor hunne eigen rekening met vlas te bezaaien.
Wij noemden reeds eenige der belangrijkste speciale teelten,
maar mogen niet zwijgen van de groote hoeveelheden man-
gel- of beetwortelen, ajuin en kool, welke worden geproduceerd.
Dat de bereiding van vlas en vooral van meekrap op de ei-
landen veel handen bezigheid verschaft, laat zich begrijpen.
c) Veenderij. De verveening neemt niet toe, maar is
toch nog van belang, meer dan 1000 personen een bestaan