Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
170
is deze dichte bevolking een gevolg van de belangrijk-
heid der steden en anderdeels van de talrijke dorpen en ver-
spreide buurten, terwijl nauwlijks één-dertigste deel der pro-
vincie onbebouwd ligt en dan nOg wel uitsluitend in de duin-
reeks , die de westelijke kusten van vastland en eilanden be-
schermt. Yan de geheele bevolking is 73,5"/n protestantsch,
24,5"/,, roomsch-katholiek en 2"/, israëlietisch; het school-
onderwys laat weinig te wenschen overig en aan bijzondere
■inrichtingen tot voortzetting van studiën faalt het in dit ge-
west niet; de academie te Leiden en de polytechnische school
te Delft staan aan het hoofd der wetenschappelijke instel-
lingen ; kunsten en wetenschappen worden in de groote steden
met goed gevolg beoefend.
§ 132. Buiten de duinen is de grond niet alleen vlak maar
vooral midden in het gewest zelfs zeer laag gelegen, zoodat
sterke dammen overal tegen zee- en riviervloeden moeten be-
schutten ; veen en klei zijn de hoofdbestanddeelen van den
bodem, doch het veen is meestal afgegraven en de plassen
voor een groot gedeelte ingedijkt en herschapen iu droogge-
malen polders, die met de oude kleilanden kunnen wedy veren.
Op de Overmaassche eilanden is de grond nog vruchtbaarder
dan op het vastland van de provincie, daarom wordt er zoo-
veel vlas gebouwd. De veeteelt is voor 't overige de tak waarop
men zich het meest toelegt en waartoe de bodem zich het best
leent. Ofschoon men in de geheele provincie geen uitgestrekter
bosch aantreft dan het Haagsche, is de houtteelt toch belangrijk
in de rijswaarden, die voor dijkwerken en hoepelmakeryen on-
ontbeerlijke grondstoffen leveren. Vrij algemeen wordt beaamd
dat over het algemeen gesproken in Groningen en Friesland
meer zorg dan hier aan den landbouw wordt besteed , doch dit
neemt niet weg dat de productie in sommige streken en op
de eilanden nergens wordt overtroffen, al gewaagt men nog
niet eens van het voor moezerij en fijne vruchten beroemd
Westland bij Delft.
§ 133. De middelen van bestaan zijn: veeteelt, landbouw,
veendery, visscherij, handel en nijverheid.
a) Veeteelt. Het wei- en hooiland heeft de overhand,
want er is bijna driemaal zooveel grasland als bouwland; niet-
tegenstaande vele koeien met de spoeling der branderijen worden
gevoed, hetgeen niet onvoorwaardelijk wordt goedgekeurd, is
het rundertal buitengemeen goed ontwikkeld en wedijvert