Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
154
en eilandbewoners bet bestaanmiddel, veendergen brengen
in verschillende oorden haar aandeel bij tot het vertier, en
allerwege bloeien onderscheidene takken van nijverheid.
a) Veeteelt. 160000 runderen van het schoonste ras
vormen den rgkdom van den boerenstand, die buitengemeen
groote zorg aan dien veestaj^el wijdt en zich hoofdzakelijk
op het kaasmaken toelegt, de boterbereiding staat meer
op den achtergrond; 's winters wordt uit gebrek aan voeder
een aanzienlijk getal naar Friesland en Overijsel gezonden,
om met de voorjaarswarmte weder bezit te nemen van de
grazige weiden. Ongeveer 240000 schapen leveren tegen-
woordig door de hooge prijzen van wol en vleesch aanzien-
lijke voordeelen op, en in dit opzicht is Noord-Holland in het
bezit van de grootste hoeveelheid en de beste hoedanigheid;
op Texel is schapenfokkerij hoofdzaak en daar wordt veel
groene kaas vervaardigd. De 27000 varkens voorzien in het
eigen verbruik, en het aantal bokken en geiten overtreft de
5000. Van de paarden valt weinig te zeggen, het ras is
goed en sterk, maar niet bijzonder gezocht op buitenlandsche
markten, en er wordt weinig werk van aanfokkerij of verede-
ling gemaakt; huu aantal bepaalt zich tot 20000.
Alleen in het Gooiland is de bijenteelt van eenig belang
en voordeelig; in het noorderdeel legt men zich meer
toe op de aanfokkerij van pluimvee, waaronder hier ook
veel zwanen, ganzen en eenden voorkomen; de vangst van
eendvogels in de kooien is nogal aanzienlijk. De jacht is in
dit gewest niet onbelangrijk op hazen, patrijzen, snippen en
faisanten en op den bgna uitsluitenden bewoner van het duin,
het konijn.
h) Aan den landbouw wordt meer en meer zorg gewijd,
en die zorg wordt ruimschoots beloond door de aanzienlijke
oogsten van aardappelen, haver, tarwe, rogge, gerst,
boekweit, erwten en boonen niet alleen, maar ook door de
opbrengsten der speciale teelten van oliezaden in de nieuwe
polders, van meekrap ten noordwesten van Schagen, van
vlas en hennep vooral in den Haarlemmermeer-polder, van
warmoezerij in Drechterland, aan den Langendijk, rondom Be-
verwijk en de groote steden, van fijne zaden tusschen Enkhui-
zen en Hoorn, van ooft in de West-Friesche en Kennemer-
landsche boomgaarden, van aardbeziën te A alsmeer en elders,
van bloemen en b 1 o e m b o 11 e n rondom Haarlem; de hout-