Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
147
de menigte werken van openbaar nut, welke in de laatste
jaren zijn ondernomen, heeft het naaldhout eene zeer groote
waarde gekregen en valt er menig boom, die tot sieraad van
den omtrek strekte, maar natuurlijk spoort die meerdere winst
aan tot uitbreiding van de hout-cultuur. Als hoofd-voortbreng-
selen van den eigenlijken landbouw noemen wij: tarwe,
rogge, aardappelen, boekweit, haver, erwten en boo-
nen, gerst, oliezaden, vlas en hennep. Tabak is een winst-
gevend artikel, en deze bouw wordt vooral bij Rhenen en
Amersfoort in het groot gedreven; het fraaie blad van onzen
tabak is zeer gezocht tot dekblad, ofschoon de geur bij de
meeste andere soorten achterstaat. Met het aanbrengen van
verbeteringen is het niet best gesteld in het Sticht, althans
deskundigen beweren dat de grond op veel plaatsen uitne-
mend geschikt is tot draineering, en toch laat men dit na; in
de hoofdstad is eene rijke verzameling van landbouwwerktuigen
alwaar ieder vreemdeling een belangstellend bezoek brengt,
doch waar men hoogst zelden een boer uit het gewest zelf
ontmoet. Er zyn veel groote grondbezitters, maar onder de
groote boeren weinig eigenaars, en dit werkt niet gelukkig.
Hoogst belangryk zijn de uitgestrekte boomgaarden voor-
al in het midden en zuiden der provincie.
c) Verveeningen. De turfproductie is aanzienlijk, niet
zoozeer om de hoeveelheid, welke zich tot ruim iVi millioen
ton bepaalt, als wel wegens de uitnemende kwaliteit, meestal
uit lage veenderijen afkomstig. Eenige plassen zijn in-
gepolderd en leeggemalen, een aantal andere wacht op droog-
making, en plannen en maatregelen zijn daartoe bereids
gemaakt en genomen, voor zoo ver zij zijn uitgeveend en
derhalve niets dan gevaarlyke naburen zijn; maar verscheidene
aan de Hollandsche grenzen worden nog bewerkt en houden
1800 arbeiders bezig, terwyl de hooge veenen nagenoeg 400
personen in het werk hielden.
d) Handel. Alleen de ligging in het midden des lands,
de samentreffing van een aantal hoofdwegen te land en te
water, de oude bloei en handelsbetrekkingen van de stad
Utrecht zouden reeds voldoende zijn een levendig vertier te
waarborgen, en dit vinden wij er dan ook vertegenwoordigd,
gesteund door de krachtige pogingen der bewoners om partij
te trekken van de gunstige gelegenheid; niet alleen is vooral
de hoofdstad eene aanzienlijke marktplaats, maar de binnen-