Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
gebied te vergrooten, de ys-opstoppingen in de groote rivie-
ren deden ieder jaar de bewoners der boorden sidderen, en
ook daartegen moesten droogmaking, dijken en dammen,
betere afvoering van water en ontzagwekkende sluiswerken
in aanwending worden gebracht, om zekerheid te verschaffen ;
veel en doeltreffend is er ook in die richting gearbeid, maar
toch is de overwinning nog bij lange na niet volkomen.
§ 3. Tegenwoordig vormt het grooter deel van Ned er-
land een door breede stroomen doorsneden geheel: Fries-
land met Groningens noorderdeel naderen den schier-
eilandvorm, die in Noord-Holland vóór de droogmaking
van het IJ krachtig en duidelijk te voorschijn trad: eenige
langgerekte eilanden beveiligen de noordelijke kusten door
hunne duinreeksen voor de heftigste aanvallen der Noord-
zee; in de zeer ondiepe Zuiderzee zijn enkele kleinere
eilanden overblijfselen van het voormalig land — het kleine
Urk is op diluvialen grindbodem gelegerd en daardoor als
uitzondering het merkwaardigst — en in het zuidwesten ligt
tusschen riviermondingen een archipel van hoogstvruchtbare
eilanden, die meestal door dijken beschermd moeten worden,
daar alleen de weatelyke uiteinden met duinen zijn bezet.
Niet onbelangrijk is een blik ep een goede zeekaart; daar
vinden wij grootendeels het raadsel opgelost, hoe menschelijke
werken paal en perk aan de woeste aanvallen der zee kun-
nen stellen, want een breede rij zandbanken beschermt
onze kusten en breekt de eerste kracht der woedende golven.
In de noordelijke helft der Zuiderzee belemmeren zij zelfs de
vaart van de kleinste schepen, maar overal zyn diepe geu-
len , die naar de veilige havens en reeden voeren; de Frie-
sche en Groninger Wadden moet men daarvan evenwel
uitzonderen, deze naderen den tijd dat zy, evenals Lau-
werszee en Dollart, in land zullen herschapen worden.
Nederland strekt zich uit van 50' 45'tot 53° 3u'noor-
derbreedte en van 21" tot 24' 50' oosterlengte naar den me-
ridaan over Ferro getrokken, en beslaat eene oppervlakte
van 594 vierkante geografische mijlen*) of 3 283997 hek-
*) De meridaan van Amsterdam ligt 22° 32' 54" oostelijker dan die van
Ferro.
De geografische mijl, waarvan er 15 op één graad van den aard-
eqnator gaan, wordt hier gebezigd om de vergelijking met het buitenland gemakke-
lijker te maken; zij is 7407 meter lang, of 7,407 kilometer, de eigenlijke