Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
SP
117
III. DRENTHE,
§ 98. In 943 werd het landschap Drenthe door den
Duitschen Keizer Otto den Groote aan den Bisschop van
Utrecht geschonken; deze hebben het werkelijk tot 1536 altyd
als een hun behoorend gewest behandeld, hoewel de bewoners
het den Bisschop dikwerf lastig genoeg maakten, totdat in
gemeld jaar Karei V het bij zijn Kijk inlijfde. Daar het ten tijde
van de Unie nog grootendeels in Spaansche handen was, kon het
niet dadelyk tot dit verbond der provinciën toetreden, en hoe-
veel moeite de Drenthers zich ook vóór en na getroost hebben
om als achtste provincie te worden erkend, doorgaans den-
zelfden Stadhouder als het naburig Groningen kiezende, hun
hoop werd steeds teleurgesteld en zij bleven op zichzelven staan,
althans slechts met zwakke banden aan de Republiek verbon-
den. De tegenwoordige provincie Drenthe was vroeger verdeeld
in : I. het Landschap Drenthe met de dingspelen Zuideveld,
Beilen,Diever,Rolde,Noor develd en Oos ter moer;
IL de Heerlijkheid Coevorden. Zij bestaat thans uitéén
gerechtelyk Arrondissement en de Kantons Assen, Meppel en
Hoogeveen.
Drenthe grenst ten noorden en noordoosten aan Groningen,
ten zuidoosten aan het koninkrijk Pruisen (provincie Han-
nover), ten zuidwesten aan Overijsel en ten westen aan Fries-
land. Niettegenstaande de bevolking hier sneller toeneemt dan
in de overige gewesten, wonen volgens de uitkomsten der laatste
tienjarige volkstelling op 48,5 vierkante geographische myl of
ruim 206000 hectare slechts 105000 inwoners in 20000 huizen ,
zoodat er ruimte genoeg overig is om nog menigeen te kunnen
bergen ; de voortdurend toenemende verdeeling der markgron-
den benevens de ontginning der afgegraven hooge veenen toonen
duidelijk aan, dat van die gelegenheid wordt gebruik ge-
maakt, terwijl noeste vlijt alléén reeds menig heide-ontgin-
ner tot een gezeten landbouwer heeft verheven. Geheel Drenthe
behoort tot de diluviale gronden en bestaat dus uit zand-
bodem en veenen, waarvan een aanmerkelijk gedeelte tegen-
woordig in cultuur is gebracht, zoodat nauwlijks nog één-
derde deel uit woeste gronden bestaat; deze laatste vindt men
het meest in het midden en in het oosten, alwaar thans echter
de nieuw gegraven vaarten Jeven en vertier te voorschijn roepen.