Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
108
bezocht; in zulk een tgd is elk in de weêr, vroolgklieid en
opgewektheid straalt van elks gelaat.
Nog meer dan in Groningen is die liefhebberij 's winters
aan de orde van den dag; bijna geen enkel der 357 dorpjes
kan men opnoemen, dat niet door eene vaart te naderen is,,
en zoo is het van tijden her de gewoonte dat vrienden en
bloedverwanten elkander op schaatsen bezoeken en de be-
zigheden op zulke dagen voor die vlugge lichaamsbeweging
moeten achterstaan.
§ 93. De veeteelt, landbouw, veenderij, visscherij,
handel en sommige takken van nijverheid verschaffen
leven en vertier; de welvaart komt overal te voorschijn, in
stad en in dorp, en sedert de handelsbetrekkingen met Enge-
land zich hebben uitgebreid, bezit de landbewoner een prikkel
te meer om aan den rijken grond te ontwoekeren wat deze kan
voortbrengen; de handel en de markten der steden zijn ver-
levendigd, en hetzelfde gewest alwaar vroeger de leer werd
gehuldigd, dat afsluiting het welzijn bevorderde, begroet
thans met onverholen vreugde den aanleg van verschillende
spoorweglynen.
a) Veeteelt. Hier vinden wg op de rijke graslanden het
krachtigst rundvee grazen en het aantal is ook grooter
dan elders in ons land: 206000 runderen vormen den rijk-
dom van den boerenstand in het midden en westen. Op de
Friesche markten werden in één jaar ruim T/^ millioen
kilogram boter en ruim 2 millioen kilogram kaas aangebracht;
122000 schapen van uitnemend goed ras nemen toe op den
kleigrond, doch verminderen in aantal op de heidevelden, die
meer en meer ontgonnen worden ; het aantal varkens is geringer
dan in de andere provinciën en beloopt 11000 stuks; bokken en.
geiten zijn er mede weinig. Wegens de paarden treedt Fries-
land meer op den voorgrond: de zware kleigrond vordert
veler hulp, maar vrg wat uitvoer van het statige, meestal
pikzwarte ras vindt plaats, en er worden goede prijzen voor
bedongen; het aantal bedraagt ongeveer 23000. De weiden zijn
zoo overvloedig dat niettegenstaande den belangrgken vee-
stapel nog een groot aantal runderen A^an buiten-af wordt
aangevoerd, om in Friesland vetgemest te worden; er wordt
jaarlyks dan ook 4 tot 500 millioen kilogram hooi gewon-
nen. Behalve een 100000-tal hoenders is de fokkerij van
pluimvee niet zeer aanzienlgk, maar zeer gewichtig is de