Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
107
aan eene fierheid, welke geene onverdiende miskenning duldt.
Evenals de Groninger zal de Fries den vreemdeling niet ter-
stond als bekende behandelen, eerst later leert deze zijne
oprechtheid en gastvryheid waardeeren en wordt de vriend-
schap voor goed gesloten. Hoewel in de laatste jaren vooral
door het verkeer met vreemdelingen de zeden, met name in de
steden en groote dorpen, veel gewijzigd hebben, vindt men
er nog veel degelykheid en eenvoudigheid, de hoofd-eigen-
schappen der vroegere geslachten, en die kenmerkende karak-
tertrekken moesten wel lang onveranderd aanwezig bly ven,
omdat de eigenaardige taal een hinderpaal voor vreemden in-
vloed was; thans kent ieder Fries ook het Nederlandsch, al
bedient hij er zich niet dagelijks van.
Het landschap biedt vrij veel afwisseling aan, met name
in het zuiden en oosten; als men de rijke bouwakkers iu
het noorden en de breede strook weilanden in het midden
en westen, met zindelijke dorpen gestoffeerd, verlaten heeft,
betreedt men het meer- en boomrijk, zandig en veenachtig
zuidoostelijk gedeelte, dat menig fraai bosch aan 't oog ver-
toont en met een aantal schoone buitengoederen prijkt; vooral
rondom Beetsterzwaag en in het Oranjewoud zal men zich
verrast vinden door liefelijke partijen, terwijl het heuvelryk
Gaasterland eene afwisseling A^an meer en bosch is. Bloei-
ende boekweitvelden nemen in de zoogenaamde woudstreken
de plaats in van het koolzaad of de tarwe der kleipolders,
maar zijn niet minder geschikt het oord te verfraaien.
Onder de eigenaardigheden van dit gewest zijn de hard-
draveryen te rangschikken, die de belangstelling van jong en
oud gaande maken en waartoe menig stad of dorp prachtige
premiën uitlooft; soms geschiedt de mededinging met paard
en chais, doch langzamerhand treedt dit volksvermaak op
den achtergrond sedert elders de minder doeltreffende wed-
rennen in zwang zijn geraakt. Gelukkig behoeft men dit
uog niet te zeggen van de hardrijderijen op schaatsen: als
de wintervorst zijne bruggen gelegd heeft, geraakt die lief-
hebberij in vollen gang en ziet men niet alleen mannen in
enkele seconden dozynen meters achter zich laten, maar aller-
lei grappen paren zich daaraan, maskeraden, wedstrijden van
mannen, vrouwen en van jonge paartjes, dat het een lust is om
te aanschouwen. Een goed schaatsenrijder hecht er aan zich te
kunnen beroemen de Friesche steden op één dag te hebben