Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
105
n. FRIESLAND.
§ 91. Het tegenwoordig Friesland tusschen Fliestr oom
en Lauwers is als stamland der van Rijn- tot Weser-
mond wonende Friezen te beschouwen en als Heerlykheid in
1524 ingelijfd in het Rijk van Karei V; tot de Unie van
Utrecht in 1579 toegetreden, is het de eenige provincie, die
onafgebroken onder een stadhouderlijk bestuur is gebleven,
meestal met Groningen, doch tot 1747 bijna altijd afgeschei-
den van 't Stadhouderschap der overige vijf gewesten; het
bestaat uit de volgende deelen: het kwartier Westergo,
bijna de geheele westelgke helft der provincie met de 8
steden Franeker, Harlingen, Bolsward, Sneek, IJlst, Wor-
kum, Hindeloopen en Stavoren, en 9 plattelandsgemeenten, —
het kwartier Oostergo, het noordoostelijke gedeelte, met
de 2 steden Leeuwarden en Dokkum, en 11 plattelandsgemeen-
ten, — het kwartier Zevenwolden in het zuiden en oos-
ten, met de stad Sloten en 10 plattelandsgemeenten, te zamen
11 steden en 30 plattelandsgemeenten *): voorts de eilanden
Ameland, eene vroeger van de republiek onafhankelijke
heerlijkheid, en Schiermonnikoog. De tegenwoordige
provincie is verdeeld in drie gerechtelgke arrondissementen
en veertien kantons: Arrt. Leeuwarden met de kantons
Leeuwarden, Rauwerd, Harlingen, Berlikum, Holwerd, Dok-
kum en Bergum; Arrt. Sneek met de kantons Sneek, Bols-
ward, Hindeloopen en de Lemmer; Arrt. Heerenveen, met
de kantons Heerenveen, Beetsterzwaag en Oldeberkoop.
De provincie wordt begrensd ten noorden door de Noordzee
en de Wadden, die vastland en eilanden scheiden, — ten oosten
door de Lauwerszee, Groningen en Drenthe, — ten zuiden cioor
Drenthe, Overysel en de Zuiderzee, welke laatste ook de
westzijde bespoelt. Grond en wateren werden in het alge-
meen gedeelte beschreven, en omtrent de wegen moet wor-
den opgemerkt dat, hoewel eerst in 1829 met den aanleg
van straat- en grindwegen een begin is gemaakt, thans reeds
bijna alle dorpen aan zulke harde wegen liggen en het net.
♦) Diiar de belangen van stad en land Tooral vroeger nogal uit elkander
liepen, en deze steden en gemeenten (vroeger grietenijen) gezamenlijk de gemeen-
schappelijke belangen beraamden, is onKetwijfeld de spreekwijze „hij uil het op
zijn elf-cn-derligst hebben" dat is volmaakt, vau dit bestuur afkomstig.