Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
100
b) Veeteelt. Hoewel eerst in de tweede plaats tredende
is de veeteelt voor Groningen van veel belang; ruim 100000
runderen, meer dan 80000 schapen, 17000 varkens en bijna
30000 paarden vinden hier kostelgk voedsel, gedeeltelijk op
de weiden en gedeeltelijk door de stalvoedering mat allerlei
gewassen. Het run der ras is uitnemend goed, en vetweiderg
en boterbereiding leveren de meeste voordeden; ook het scha-
penras is gunstig bekend, terwgl van de paarden vrij veel
uitgevoerd worden, ofschoon de zware kleigrond wegens de
moeilijke bewerking aan het grootst aantal bezigheid ver-
schaft.
Alleen in het zuidoosten op de zandgronden wordt de b ij e n-
teelt op groote schaal uitgeoefend; daar is ook de fokkerg
van pluimvee het belangrgkst. De visseherij kan in deze
provincie geen middel van volksbestaan genoemd worden, of-
schoon te Zoltkamp en aan de Eems-monding die tak van
nationale nijverheid niet uit het oog verloren wordt; de bin-
nenwateren zijn echter in het geheel niet rijk aan visch.
c) Veenderg. Deze levert aan velen een middel van be-
staan op, en al zijn bereids een aantal hooge veenen geheel
afgegraven, toch blgft er nog in het zuiden en oosten veel
turf van goede hoedanigheid beschikbaar; vooral van het
Stadskanaal onder Wildervank en Onstweddde wordt vrij wat
lange of fabriek-turf afgevoerd; in 't geheel wordt ruim 3 /j
millioen ton turf jaarlijks aan den man gebracht.
d) Handel. De rijke oogsten en de schoone veestapel
zouden alleen reeds voldoende zijn een levendig verkeer te
doen geboren worden, maar de bewoners dezer provincie
schijnen zich reeds sedert vroege tgden op den zeehandel te
hebben toegelegd, en de scheepvaartkanalen, die het geheele
gewest doorkruisen, bevorderden dien; de uitgebreide scheeps-
bouw in verscheiden oorden riep ook veel vertier in 't leven
en zoo is menig dorp maar vooral de hoofdstad, eene aan-
zienlgke handelsplaats geworden; ofschoon de zeereizen zich
meestal tot westelijk en noordelijk Europa bepalen. Granen
en zaden zijn de hoofd-artikels van uitvoer; ijzer, manufac-
turen, hout en mest worden veel ingevoerd. Van veel meer
belang is echter de binnenlandsche handel in voortbrengselen,
en niet minder aanzienlijk is de voorziening in de behoeften
van het platteland door de stad Groningen, die zeer aan-
zienlijke markten bezit; Appingedam is ook eene druk be-