Boekgegevens
Titel: Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Auteur: Kuyper, J.
Uitgave: Leeuwarden: Hugo Suringar, 1878
Leeuwarden: Corporatieve Handelsdrukkerij
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-562
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201128
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederland, zijne provinciën en koloniën: land en volk beschreven
Vorige scan Volgende scanScanned page
92
tijd van oorlog dienen tot verdediging van het land en ten allen
tyde tot behoud der inwendige rust; ieder mannelijk ingeze-
tenis daaronder te begrijpen van ziju 25ste tot zijn rUste jaar,
doch de werkelijke diensttyd duurt slechts vijf jaren. De
schutterijen zyn te onderscheiden in dienstdoende, waar-
toe de schutterijen in de steden behooren, en in rustende,
ten platten lande, welke in tyd van vrede ongewapend is en
geen dienst doet, tenzij het plaatselijk bestuur dit voor de
bewaring der rust noodig acht.
§ 78. De onder de wapenen staande legermacht is in
afwachting van eene algeheele reorganisatie saamgesteld
uit: infanterie, de hoofdmacht, bestaande uit een staf,
een regiment grenadiers en jagers, acht regimenten infan-
terie, een instruktie-bataillon, een algemeen depót van
discipline en een koloniaal werfdepot; — de speciale wapens,
aldus genoemd omdat z|j op verschillende wijzen geroepen
zyn de infanterie te beschermen en hulp te bieden: de ka-
val 1er ie, bestaande uit een staf en vier regimenten dra-
gonders; de artillerie, bestaande uit een staf, twee regi-
menten veld-, drie regimenten vesting- en een regiment
rydende artillerie, benevens een korps pontonniers en eene
instruktie-compagnie; de genie, bestaande uit een korps
ingenieurs en een bataillon miueurs en sappeurs; de maré-
chaussees, in twee divisiën verdeeld. Tezamen een leger
vormende van 50000 man en 3000 paarden, waarvan slechts
de kleinste helft het geheele jaar onder de wapenen wordt
gehouden. Bovendien beeft men bij 't leger den grooten,
den generalen, den territorialen, den provincialen en den plaat-
selijken staf, de militaire administratie enden ge-
neeskundigen dienst.
De vloot welke onze kusten, zeegaten eu koloniën be-
schermen moet, bestond op het einde van 1875, met inbegrip
van 18 schepen in aanbouw, uit:
20 gepantserde schepen met 56 stukken geschut en
bestemd voor eene bemanning van 2111 koppen;
56 niet gepantserde schepen met 455 stukken gewa-
pend en met een vastgestelde bemanning van 5770 koppen.
Te zamen 76 schepen met 511 stukken geschut.
In verband daarmede was voor 1876 de actieve zee-
macht vastgesteld als volgt: voor binnenslands, oefeningen
kruistochten 18 schepen met 2824 koppen; — voor de Indische