Boekgegevens
Titel: Lagerwey's Aardrijkskunde van Nederland en zijne overzeesche bezittingen
Auteur: Lagerwey, J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1871
4e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5790
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201119
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lagerwey's Aardrijkskunde van Nederland en zijne overzeesche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
Bevolking. Deze bestaat uit 692.154 zielen, dat is 12.516 per
□ geogr. mijl.
Middelen van bestaan. De Zuid-Hollanders bestaan voorna-
melijk van landbouw en veeteelt, van handel scheepvaart, vis-
scherij en van het fabriekwezen. Dat de veeteelt hier een
der hoofdmiddelen van bestaan uitmaakt, kan blijken uit de
omstandigheid dat de helft van de oppervlakte dezer provincie
voor wei- en hooiland wordt gebruikt, en dat in 1868 wel
119.000 stuks vee naar Engeland werden gezonden. De land-
bouw verschaft veler handen werk, en wekt de algemeene belang-
stelling. In het Westland staat de tuinbouw op vrij hoogen trap.
Dé buitenlandsche handel is zeer aanzienlijk, zoo als blijkt uit
de scheepvaartbeweging te Rotterdam (in 1868 inge-
klaard 2405 schepen metende 918057 ton en uitgeklaard
2354 schepen metende 851401 ton). Het aantal scheepstim-
merwerven bedraagt dan ook 204. De zeevisscherij wordt
voornamelijk door Scheveningen, Katwijk, Noordwijk en Maas-
sluis uitgeoefend, de groote ofharingvisscherij door
Vlaardingen, Maassluis, Middelharnis en Pernis, terwijl ver-
der nog van belang is de zalm visscherij op de Lek, de
Merwede en de Maas, vooral op eerstgenoemde rivier tus-
schen Krimpen en Groot-Ammers. Omtrent het fabriekwe-
zen zij aangemerkt, dat in 53 gemeenten 278 stoomfabrie-
ken gevonden werden. Onder de fabrieken staan de branderijen
boven aan. Voorts mouterijen, pijpenfabrieken , steenbakkerijen,
pannen- en pottenfabrieken, dekenfabrieken, alleen te Leiden,
garen spinnerijen, oliemolens, stoomwerktuigfabrieken , glasbla-
zerijen , metaalgieterijen, touwslagerijen, leerlooijerijen, sui-
kerraffinaderijen, meestoven en garancinefabrieken enz.
Zee. De Noordzee.
Meren. Het Braassemer-, het Oost- en Westmeer.
Wateren. De Zuid-Hollandsche stroomen zijn vroeger behan-
deld. Zie Algemeen Overzicht.
Rivieren. De Rijn, Lek, Merwede, Maas zijn reeds be-
handeld. Zie bladz. 18 en 19.
De Linge, zie bladz. 51.
De Hollandsche IJsel komt bij Jutphaas uitdenVaart-
schen Rijn; hij verdeelt zich in twee takken, waarvan de
zuidelijkste onder den naam van den kleinen IJsel voorbij
Lopik stroomt en zich bij Schoonhoven in de Vliet stort. De
N. tak loopt voorbij IJselstein, Montfoort, Oudewater, Gouda
en valt bij Krimpen a/IJ in de Nieuwe Maas.
De Gouwe ontstond te Boskoop, maar verbindt thans door
een kanaal den IJsel met den Rijn. Zij loopt langs Waddinx-
veen en valt bij Gouda in den IJsel.