Boekgegevens
Titel: Lagerwey's Aardrijkskunde van Nederland en zijne overzeesche bezittingen
Auteur: Lagerwey, J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1871
4e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5790
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201119
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lagerwey's Aardrijkskunde van Nederland en zijne overzeesche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
JAVA.
Grenzen en Grootte. Ten W. grenst Java aan Straat Soenda,
ten N. aan de Java-zee, ten 0. aan straat Bali, ten Z. aan
den Indischen Oceaan; de oppervlakte is 2444 □ geogr. mijlen.
De lengte van het W. naar het O. is 150 mijlen, de grootste
breedte 27 en de kleinste 11 mijlen.
Luohtsgesteldheid. In het N. heet en vooral bij Batavia zeer
ongezond; in het midden is het klimaat uitmuntend en gezond.
De plantengroei is prachtig en rijk in verscheidenheid. Het
eiland wordt dikwijls door aardbevingen en overstroomingen
geteisterd. Er zijn twee jaargetijden, moessons: de droge of
goede van half April tot half November, de kwade moesson
van November tot April.
De temperatuur verschilt echter zeer veel naarmate van
de hoogte des lands; op ruim 1000 meters boven den zeespie-
gel heeft men het klimaat van Midden-Italië.
Grondsgesteldheid. Java is een hoog land, dat alleen aan de
N.-zijde door smalle alluviale strooken land van de zee ge-
scheiden is. Een groot aantal kleine eilanden voor die kust
gelegen vormen daar verscheidene goede reeden en anker-
plaatsen. Van het W. tot het O. wordt het eiland door een
bergketen doorsneden, waarin vele werkende vulkanen zijn.
De voornaamste dezer vulkanen zijn: de Goenong-Smeroe 11.780
voet hoog, de Ardjoeno, de Slamat, de Gedeh enz. De Zuidkust
is steil, rotsig en bergachtig. De bodem is zeer vruchtbaar en
maakt Java tot de voorraadschuur van Nederl. Oost-Indië, of-
schoon nog ongeveer Vs gedeelte uit woeste gronden bestaat.
Voortbrengselen. Uit het dierenrijk: buifels, karbouwen,
koeien, geiten, kleine bonte varkens, kleine paarden, apen, rhi-
nocerossen, tijgers, tijgerkatten, luipaarden, jakhalzen; zee- en
rivier-visch; hoenders en rijstvogeltjes; krokodillen, schild-
padden en slangen; vlinders en muskieten. Uit het planten-
rijk : rijst, koffie, suiker, thee, tabak, opium, indigo, kaneel,
kapok, kokosnoten, pisang, velerlei vruchten, kostbare hout-
soorten, enz.; maïs, sago. Uit het delfstoffenry k: steenko-
len in Bantam; verder aardolie-, zwavel- en mineraal-bronnen.