Boekgegevens
Titel: Lagerwey's Aardrijkskunde van Nederland en zijne overzeesche bezittingen
Auteur: Lagerwey, J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1871
4e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5790
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201119
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lagerwey's Aardrijkskunde van Nederland en zijne overzeesche bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Men noemt oceaan of wereldzee al het water, dat het
land van den aardbol omringt, en zich van de eene pool naar
de andere uitstrekt.
De oceaan wordt verdeeld in vijf hoofdzeeën, als:
1. de Noordelijke IJszee, 2. de Zuidelijke IJszee, 3. de At-
lantische Oceaan, 4. de Indische Zee en 5. de Groote Oceaan.
Eene zee is een gedeelte van den Oceaan, dat tusschen
twee landen begrepen is, of door eilanden wordt afgesloten;
zoo als de Middellandsche Zee, de Noordzee, enz.
Een archipel of eilanden-zee is zulk eene, waarin eene
menigte eilanden bij elkander liggen , zoo als de Turksche Ar-
chipel of Egeïsche Zee, de Indische Archipel, enz.
Elke bochtige inloop van de zee in het land wordt zee-
boezem, golf of baai genoemd. Zoo heeft men de golf
van Bothnië, de bocht van Frankrijk, de BafEnsbaai, enz.
Door kanaal, straat of zeeëngte verstaat men eene
smalle strook der zee tusschen twee landen, waardoor de
eene zee met de andere gemeenschap heeft, zoo als het Ka-
naal van Frankrijk (la Manche), de straat van Gibraltar, enz.
De straten in ons land noemt men Zeegaten, zoo als het Gat
van Texel.
Men geeft den naam van ree of reede aan eene geschikte
ankerplaats in de nabijheid van een land of eiland, waar de
schepen tegen stormwinden beveiligd zijn.
Eene haven is eene dieper ingaande, door de natuur of
door kunst gevormde veilige ligplaats voor schepen.
In de zee vindt men zeer vele banken. Het zijn de als
hooglanden uitgestrekte deelen van den zeebodem, die door
weinig water bedekt zijn.
Er zijn zand-, koraal- en rotsbanken; ook riffen en
klippen, waaronder de blinde klippen zeer gevreesd
worden. ^
Een meer is eene verzameling van water, door eene in-
zakking van den grond of den bodem eener rivier ontstaan,
zoo als: het Heegermeer in Friesland, het Bodenmeer in
Duitschland, enz. Drooggemaakte meren en door indijking
verkregen gronden noemt men in ons land polders.
Eene rivier is een stroomend water, dat in de nabijheid
van bergen of in hoog gelegen landen zijnen oorsprong neemt
en zich gewoonlyk in de zee of in eene andere rivier ontlast,
zoo als: de Wolga, de grootste rivier van Europa; de Main, enz.
Men spreekt bij eene rivier van bron, mond, rechter-
en linkeroever, bedding, verval, armen, takken,
waarden en delta.
De bron eenerrivier noemt men de plaats, waar zij ontspringt.